Gisteren heb ik wat olie in het olielampje gedaan, om nu bij het licht van een olielampje te kunnen zitten. De vlam gevoed door olie heeft een zo’n waardevolle betekenis.
De lamp heeft een reservoir, waar de olie in opgeslagen zit, een lont die in de olie steekt en zich doordrenkt met die olie, en een vlam die op het eind van de lont op de houder kan worden aangestoken.
Net zoals de kaars, verspreidt het een zacht geel licht. De vlam is vanonder blauw en loopt over in het geel.
De olielamp is daarom een voorbeeld. Dat de olie waarmee ik me dagelijks kan vullen, daardoor het licht, de warmte en de liefde, naar buiten toe uitgedragen kan worden.
Dicht bij de lont is de kleur blauw en daar is het het warmst, warmte die mezelf tegoede komt. Maar de vlam is teer en kwetsbaar, een beweging van lucht, waait hem er zo af, en ze is sterk, want ze doorboort de duisternis met haar licht.