woensdag 25 mei 2011

Olielampje

Gisteren heb ik wat olie in het olielampje gedaan, om nu bij het licht van een olielampje te kunnen zitten. De vlam gevoed door olie heeft een zo’n waardevolle betekenis.
De lamp heeft een reservoir, waar de olie in opgeslagen zit, een lont die in de olie steekt en zich doordrenkt met die olie, en een vlam die op het eind van de lont op de houder kan worden aangestoken.
Net zoals de kaars, verspreidt het een zacht geel licht. De vlam is vanonder blauw en loopt over in het geel.
De olielamp is daarom een voorbeeld. Dat de olie waarmee ik me dagelijks kan vullen, daardoor het licht, de warmte en de liefde, naar buiten toe uitgedragen kan worden.
Dicht bij de lont is de kleur blauw en daar is het het warmst, warmte die mezelf tegoede komt. Maar de vlam is teer en kwetsbaar, een beweging van lucht, waait hem er zo af, en ze is sterk, want ze doorboort de duisternis met haar licht.

woensdag 18 mei 2011

De ziel




Het is buiten stil. Alleen de regen drupt wat geluidjes in de regenton en op de bladeren die onder de grote kastanje liggen.
Zojuist las ik een stukje over de ziel, die door de geest bemind wil worden. Maar de ziel geeft zich niet zomaar gewonnen en de geest moet al zijn charmes gebruiken om haar te winnen. Met rede en liefdevolle benadering wil ze haar verlegenheid wel afleggen. Ze wil bemind worden door de geest in alle liefde en tederheid, ze wil bevrucht worden door de geest  om een andere “jij” te baren.
De ziel en de geest in liefde verbonden brengt een uit liefde ontstaan persoon voort.
Ik.
Ik ben uit liefde en ben liefde.
Alles is ingesteld om lief te hebben, maar wil , net als de ziel, bemind worden.