“ In alles zit een magnetische kern,” lees ik zojuist en iets verder, “de magnetische kern van het woord waarin God zijn scheppende vuur heeft opgeslagen.”
De kern als een hart, als een centrum waarom alles draait, zoals de planeten om de zon, zoals de zon om weer andere stelsels, zoals oneindigheid om oneindigheid.
Het is te groots, maar het past in de kern, in de oorsprong van het door God gesproken woord.
Woorden die uit klinkers bestaan, die de klank aan het woord geven en medeklinkers die de kracht en vorm aan het woord geven. Zonder klank geen vorm en zonder kracht geen klank.
Draaiend om die kern, de kern waarin een vuur flakkert en het goud van het scheppende vermogen vloeibaar houdt, om het in de vorm te gieten die het woord zo dadelijk vormt.
In het beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God… en het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond… en woont in ons.
In de kern, in het hart.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten