Ik zit hier
aan tafel te schrijven en een olielampje verlicht mijn schrift. De vlam
verlicht de donkere kamer en werpt schaduwen tegen het witte plafond en de
muur. De knoppen van een stoelen worden als schaduwwen geprojecteerd op de muur
tegenover mij. Door een kleine beweging van het vlammetje bewegen de schaduwen
op de muur, terwijl het voorwerp van de schaduwen onbewegelijk blijven staan.
Ik hoorde
eens dat wij schaduwen zijn, dat ons werkelijke wezen een afschaduwing is van
wat wij kennen. Het roept de verwachting op dat wij meer zijn dan onze
beperkingen ons aangeven. Zoals de schaduwen zich bewegen, doordat de bron, het
vlammetje beweegt, weten wij dat er een verbinding is met het Licht. Het is misschien
de kunst te leren zien dat de schaduw niet het beeld is, maar dat waar het
licht tegenaan schijnt het beeld is, waar de schaduw uit voort komt.