Naar de tijd gerekend zouden we leraren van
het Woord van God moeten zijn, staat ergens in de Bijbel, ik meen in één van
de brieven van Petrus.
Dat deze
stelling zo gesteld wordt is duidelijk dat het tegenover gestelde aan de hand
is. Dat ondanks de voorbeelden en de woorden die we uit de boeken kennen, kan
de mensheid zich niet bogen op een hoog geestelijk leven. Mooie gebouwen en indrukwekkende rituelen
zijn misschien in de plaats gekomen van de oproep: ‘Weest niet alleen hoorders van het woord, maar daders.’
“Geen
woorden, maar daden’, zingt het voetballied en doelt op het doel, waar de
ballen in moeten.
‘De werken die Ik doe zult gij doen’,
ligt niet bepaald in de werkelijkheid en de beleving van mij en ons. Maar dan
toch blijft die uitnodiging open en is het nog steeds van kracht. Al die tijd
wacht het, met goddelijk geduld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten