Wonderen is misschien wel synoniem aan uitzonderingen, waar
je maar niet te veel op moet rekenen. Ze passen prima in de setting van
minstens twee duizend jaar oude verhalen, toen ze blijkbaar schering en inslag
waren, daarna waren wonderen uitzonderlijk en de behoefte eraan zijn wat
lichamelijke noden betreft, vervangen door de medische wetenschap. Wetenschap
werd als tegenhanger van Het Geloof geplaatst en deze twee werden zelfs wat
vijandig naar elkaar. De wetenschap die zich beroemde op onderzoek en iets
bewezen acht als dezelfde proef keer op keer gedaan werd en hetzelfde resultaat
gaf. De wetenschap gaf ons allerlei soorten kunde’s: natuur, techniek,
medische, ruimte… en de boom van de wetenschap kreeg vele takken die een indrukwekkende boom opleveren.
Daar waar het begrip wonderen in de schaduw komt te staan en een beetje bij
wegvalt. Het lijkt elkaar te bijten en hoe fel kunnen de debatten worden als
het gaat om b.v. evolutie vs. schepping. Waarvan de één zegt dat het een klus
is die miljoenen jaren in beslag heeft genomen, zegt de ander dat het een
aantal dagen was om het op orde te krijgen. Hoe dan ook, alles om ons heen en
niet te vergeten onszelf, zijn van grote orde. Het systeem van de kleinste
levensvormen tot de grootste, is zo indrukwekkend gecompliceerd, zo mooi in
ontwerp, dat daarin de wetenschap als de creationisten het er eens over kunnen zijn, dat het
wonderlijk is. Zou het kunnen dat het als een muntstuk twee kanten heeft, op de
ene staat kant een afbeelding het staatshoofd, op de andere kant staat de
waarde van de munt in een getal. De munt heeft geen waarde als de afbeelding
ontbreekt en telt ook niet meer als het waarde getal er niet op staat. Alleen
een geldig muntstuk is een betaalmiddel.
Wonderen zijn misschien niet proefondervindelijk te
bewijzen. Het is vaak een opeenvolging van unieke gebeurtenissen die ertoe
leiden. Zoals die bloedvloeiende vrouw die al zoveel geprobeerd had en weinig
geluk had gehad. Haar grootste geluk was dat ze in de tijd leefde van de
rondtrekkende Jezus. Maar hoe pakt ze dat aan, moet ze zoals de blinde aan de
rand van de weg roepen? Of vrienden vragen, door een opening in het dak, haar
voor de voeten van hem te laten afzakken? Hem aanspreken,…? Als ik nou alleen
maar de zoom van zijn mantel weet aan te raken. Ieder wonder is op maat, daar
waar de ene keer een zoom van de mantel het hem deed, maakte hij de andere keer
uit speeksel en zand een modderig papje dat op de ogen gesmeerd, het licht weer
in de ogen terugkeerde. Daar waar Jezus over het water wandelde, lag hij de
andere keer te slapen in de boot. Allebei een verhaal waar een wonder het
kernpunt van het verhaal vormde. De storm die woedde terwijl hij lag te slapen,
maakte de discipelen doodsbang. Totdat de zee en de storm tot bedaren kwam
omdat Hij het zei.
Daar zijn wonderen voor, dat als je het even niet meer weet,
je met de rug tegen de muur voelt staan, er barsten in je bestaan springen. Dan
ontstaat er een goed klimaat waarin een wonder zou kunnen ontstaan, soms is het
een gebed, of een stille blik naar boven gericht. Soms is het dat je druk bent
de boel op te lossen, dat er opeens een antwoord komt. “Gooi je net uit aan de
andere kant van de boot !” Laat eens zien wat je hebt; vijf broden en twee
vissen, daar kunnen we wel wat mee. Haal die steen weg,…Wonderen verwachten
jouw medewerking, jouw geloof. Het is leven tot op het bot. Het brengt je terug
tot God die ofwel de hemel en de aarde in zes dagen maakte of er jaren over
deed, dat maakt op zich niet zo veel meer uit, er kwam wat moois tevoorschijn.
Wonderlijk hé?