dinsdag 31 mei 2016

Het zijn de barsten in het bestaan, waar wonderen kunnen doordringen.




 

Wonderen is misschien wel synoniem aan uitzonderingen, waar je maar niet te veel op moet rekenen. Ze passen prima in de setting van minstens twee duizend jaar oude verhalen, toen ze blijkbaar schering en inslag waren, daarna waren wonderen uitzonderlijk en de behoefte eraan zijn wat lichamelijke noden betreft, vervangen door de medische wetenschap. Wetenschap werd als tegenhanger van Het Geloof geplaatst en deze twee werden zelfs wat vijandig naar elkaar. De wetenschap die zich beroemde op onderzoek en iets bewezen acht als dezelfde proef keer op keer gedaan werd en hetzelfde resultaat gaf. De wetenschap gaf ons allerlei soorten kunde’s: natuur, techniek, medische, ruimte… en de boom van de wetenschap kreeg vele  takken die een indrukwekkende boom opleveren. Daar waar het begrip wonderen in de schaduw komt te staan en een beetje bij wegvalt. Het lijkt elkaar te bijten en hoe fel kunnen de debatten worden als het gaat om b.v. evolutie vs. schepping. Waarvan de één zegt dat het een klus is die miljoenen jaren in beslag heeft genomen, zegt de ander dat het een aantal dagen was om het op orde te krijgen. Hoe dan ook, alles om ons heen en niet te vergeten onszelf, zijn van grote orde. Het systeem van de kleinste levensvormen tot de grootste, is zo indrukwekkend gecompliceerd, zo mooi in ontwerp, dat daarin de wetenschap als de creationisten  het er eens over kunnen zijn, dat het wonderlijk is. Zou het kunnen dat het als een muntstuk twee kanten heeft, op de ene staat kant een afbeelding het staatshoofd, op de andere kant staat de waarde van de munt in een getal. De munt heeft geen waarde als de afbeelding ontbreekt en telt ook niet meer als het waarde getal er niet op staat. Alleen een geldig muntstuk is een betaalmiddel.

 

Wonderen zijn misschien niet proefondervindelijk te bewijzen. Het is vaak een opeenvolging van unieke gebeurtenissen die ertoe leiden. Zoals die bloedvloeiende vrouw die al zoveel geprobeerd had en weinig geluk had gehad. Haar grootste geluk was dat ze in de tijd leefde van de rondtrekkende Jezus. Maar hoe pakt ze dat aan, moet ze zoals de blinde aan de rand van de weg roepen? Of vrienden vragen, door een opening in het dak, haar voor de voeten van hem te laten afzakken? Hem aanspreken,…? Als ik nou alleen maar de zoom van zijn mantel weet aan te raken. Ieder wonder is op maat, daar waar de ene keer een zoom van de mantel het hem deed, maakte hij de andere keer uit speeksel en zand een modderig papje dat op de ogen gesmeerd, het licht weer in de ogen terugkeerde. Daar waar Jezus over het water wandelde, lag hij de andere keer te slapen in de boot. Allebei een verhaal waar een wonder het kernpunt van het verhaal vormde. De storm die woedde terwijl hij lag te slapen, maakte de discipelen doodsbang. Totdat de zee en de storm tot bedaren kwam omdat Hij het zei.

Daar zijn wonderen voor, dat als je het even niet meer weet, je met de rug tegen de muur voelt staan, er barsten in je bestaan springen. Dan ontstaat er een goed klimaat waarin een wonder zou kunnen ontstaan, soms is het een gebed, of een stille blik naar boven gericht. Soms is het dat je druk bent de boel op te lossen, dat er opeens een antwoord komt. “Gooi je net uit aan de andere kant van de boot !” Laat eens zien wat je hebt; vijf broden en twee vissen, daar kunnen we wel wat mee. Haal die steen weg,…Wonderen verwachten jouw medewerking, jouw geloof. Het is leven tot op het bot. Het brengt je terug tot God die ofwel de hemel en de aarde in zes dagen maakte of er jaren over deed, dat maakt op zich niet zo veel meer uit, er kwam wat moois tevoorschijn. Wonderlijk hé?

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten