.
Eén van mijn Land-art activiteiten is het opzetten van een steenbalans. Daarvoor heb ik het een behoorlijk formaat stenen nodig. De steen die ik er boven op in balans probeer te zetten, staat er erg fragiel op. Een klein punt waarop het in balans komt te staan en telkens als ik ermee bezig ben lijkt het me onwaarschijnlijk dat de steen blijft staan. Maar, als krijg ik een signaal om het los te laten en mijn handen zich langzaam van de steen verwijderen, elke keer weer, om tot mijn verwondering weer te zien dat de steen in balans blijft staan. Toen ik vanmorgen de steenbalans weer opzette, want ze vallen op den duur wel om, bedacht ik dat het niet een bepaald kunnen is om dit te doen. Het is geen vaardigheid, maar eerder een bereidheid om het te doen. Een poging om stenen zo te stapelen waarvan mijn verstand zegt dat het niet kan. Maar als ik de steen die ik in balans denk te zetten, dan uiteindelijk probeer te plaatsen, gebeurt het, het blijft op een klein punt in balans staan.
Ik kijk naar de hond en zeg: Hij staat weer. Het verwondert me telkens weer als
ik naar zo’n nieuwe steenbalans kijk; hoe kan het? Maar vanmorgen kreeg ik een
antwoord door wat ik las in een boek. Het was een boek dat het begrip balans
treffend beschreef: Balans is het raakpunt waar de aarde en de hemel elkaar
raken. Kijk daar kan ik wat mee en ik
begrijp nu ook waarom ik me ook telkens verwonder als zo’n steen in balans komt
te staan. Dat is de ‘vonk’ die overslaat als de aarde de hemel raakt.


