zondag 24 december 2017

Kerst

De sfeer van de kerstboom geeft de huiskamer een feestelijke tint, kaartjes met kerstgroeten en de wens voor een voorspoedig nieuwjaar rollen door de brievenbus. Een paar dagen geleden was het de kortste dag en het is buiten ’s morgens lang donker en het begint aan het eind van de middag al vroeg te schemeren. De donkere dagen voor kerst. Een feest dat in het teken staat van de geboorte van Jezus. Het licht dat in de wereld kwam en dat met kerst met kaarslicht en andere sfeervolle kerstverlichting gevierd wordt. Het sprak enorm tot mijn verbeelding als kind, en elk jaar ervaar ik het als een bijzondere tijd. Toch is het een beetje stoffig geworden, net als de kunstkerstboom die het hele jaar op zolder ligt en als hij dan weer wordt opgezet om een nieuwe kerstfeest te vieren, het muf ruikt van de zolder. De verhalen missen hun spanning, want je weet al hoe het afloopt, maar de kerstmuziek blijft een hoogtepunt. Voor mij persoonlijk is het lied “ Ere zij God “ een hoogtepunt, waarvoor ik naar de kerstnachtdienst ga. Steevast wordt de dienst afgesloten door dit lied staande en met opgeheven hand te zingen. De meeste handen gaan omhoog bij het gedeelte waarin het “Ere zij God “ wordt gezongen, maar ik wacht nog even. Mijn hand gaat pas omhoog bij het gedeelte als er;  “vrede op aarde, in de mensen een welbehagen”, want mijn idee is dat we God eren door dat te wensen; vrede op aarde. Eén van de namen van Jezus is ook ‘Vredevorst’.  En zo staan ik dan met juichende handen omhoog dat gedeelte mee  te zingen; “vrede op aarde in de mensen een welbehagen”. Een kippenvel moment.

Kerstfeest, het is een feest waar iets een begin heeft, een geboorte, een nieuw tijdperk. Net als nieuwjaar een tijd van contemplatie is. Het terugzien op de afgelopen tijd. Op TV zijn er programma’s die een overzicht geven of hoogtepunten uit het jaar voorbij laat komen. Het kerst en nieuwjaar volgen elkaar snel op. We hebben twee feestjes te vieren in een korte tijd na elkaar. Ze hebben ook iets gemeen, het nieuwe, het begin. Terwijl het niet meer dan een datum is op een kalender, we zouden het nieuwjaar ook op 21 maart kunnen zetten. Maar deze twee; kerst en nieuwjaar volgen elkaar op. Daar kan je je voordeel mee doen. Als kerst echt die impact op je heeft als een nieuw begin, een nieuw tijdperk in leidend, kan je daar ook een verandering in beginnen. We noemen dat goede voornemens, waar iemand eens over zei dat goede voornemens een soort biecht is, dat wat je je voorneemt, heb je tot nu toe verknald. Maar het is misschien wel goed om je zwakke punten in te zien en daarbij je kracht in jezelf te ontdekken dat je het ook anders kunt aanpakken.  Het is niet perse nodig om tot het nieuwjaar te wachten om je gedrag te veranderen. Onze goede vriend Bomans zei over het oppotten en sparen van geld voor later, waarvan je niet weet of je daar ooit aan toe komt, en als het dan komt, staan onze handen verkeerd om het uit te geven. We hebben niet geleerd ermee om te gaan, maar stopte het weg uit veiligheid. Iets voor later. Als we iets vinden in ons leven dat correctie nodig heeft, is het niet nodig te wachten tot 1 januari, want dan kan het zijn dat onze handen verkeerd staan. 

Het is zaak om het ijzer te smeden als het heet is, dan is de datum van    één januari een herinnering dat je kunt veranderen, op het moment dat je wilt veranderen. En moet je dan altijd maar veranderen?  Welnee, maar je weet zelf heel goed wanneer dat wel het geval is.

dinsdag 14 november 2017

Zielsverwanten.

Als je verliefd bent, en ik heb het meerdere keren meegemaakt, gaat je gevoel met je aan de haal en bestaat je hele wereld uit die ene persoon. Er is geen enkele twijfel, zij is het! Waar was je al die tijd? Na een paar keer die prachtige wereld weer ingestort te zien, nam je voor wat voorzichtiger te zijn een volgende keer. En dan, … daar is ze. Het was geen liefde op het eerste gezicht, maar eerst iemand die al drie jaar in mijn vriendenkring was, die je opeens met andere ogen zag.  Door die ogen werd een contact gelegd, een vonk schoot over en zette alles in lichte laaien. Het wonderlijke van verliefdheid, het neemt zo’n beetje alles over en je denkt voortdurend aan die ander. Er is wat gebeurt, wat alles omvat, je geest, je ziel en je lichaam. In de ander zien we onze verwant, onze zielsverwant. Beide woorden, ziel en verwant, zijn niet echt gangbare woorden, maar als je het aangaat is er geen twijfel meer over. We zien in de ander onze zielsverwant en dat idee maakt dat we van af nu onafscheidelijk zijn. Je hebt en je bent een soul mate, wat wil je nog meer.

Maar,… is er misschien ook een andere betekenis aan het zielsverwant. Ik kwam tot deze ontdekking toen ik in een oud fotoalbum een fotootje zag. Een klein kereltje van een jaar of tien stond met zijn zus op die foto. Zo’n klein zwart/wit fotootje met een witte rand en een  ribbelrand en door de tijd een beetje geel verkleurd. Dat jochie dat daar met zijn tweede-, of misschien wel derde- of vierdehandse jasje aan, handje in de hand van zijn zus houdend en beide strak de lens in kijkend. De fotograaf had gezegd om naar het vogeltje te kijken dat blijkbaar uit de lens tevoorschijn ging komen. Een klik en het was al weer klaar en hij riep de volgende onze plek in te nemen. Dat fotootje kwam in een fotoalbum terecht en zit daar nu nog in. Dat kereltje op die foto ben ik, maar ik ben dat kereltje niet meer. De ogen die nu in de mijne kijken, hoopte een vogeltje te zien, maar kijken nu de eeuwigheid in en op dat punt sta ik naar die foto te kijken.  Het zijn twee aparte persoontjes en toch is dat kereltje nooit verdwenen. Het heeft zijn bordjes leeggegeten en zijn best gedaan op school ( zo goed en zo kwaad als dat ging  ) ,deed de stappen die mij steeds meer in de richting brachten, waar ik nu ben.  Dat kereltje dat daar zo strak in de lens keek overbrugt een halve eeuw, in het fotoalbum wachten tot  we elkaar weer eens in de ogen zien, om misschien te ontdekken, dat we niet meer hetzelfde zijn, maar dat onze ziel wel verwant aan elkaar is.


Als ik nou een soortgelijke  foto van mijn vrouw zou zien, van toen ze tien jaar was. Dan kijk ik in de ogen van een meisjes waar ik het bestaan niet afwist, maar dat er wel was. Haar pad zou ooit zo lopen dat het mijn pad zou kruizen en vanaf dat moment die paden samen op zouden gaan. De ogen van dat meisje dat toen de verten van de tijd inkijken vanaf dat fotootje, raken nu mijn ogen. Die ogen waren op zoek, zonder precies te weten wat ze zochten, pas jaren nadien, kruiste onze paden elkaar. Dat de ogen van dat kleine meisje op de foto een signaal stuurde, een diep weggeborgen vonkje, dat op het juiste ogenblik zou oplichten en herkend worden.  Een ziel die verwantschap zoekt.
Herken ik in mijzelf een zielsverwant als ik naar dat oude fotootje kijk, ik zie het ook in dat fotootje van dat kleine meisje. De tijd en de omstandigheden werden zo gerangschikt dat we op een punt samen kwamen en dat de vonk, die al heel lang in onze ogen verborgen lag, kon overschieten om raak te schieten. 

maandag 30 oktober 2017

De Ware

De ware, het echte, daar gaan we voor, zeker als het gaat om een duurzame relatie, moet dat wel met de echte zijn. Vreemd genoeg zeggen we dan, dat zij de ‘ware Jacob ‘ heeft gevonden en hij dan die ware Jacob is. Temeer dat de naam Jacob, bedrieger betekent, geeft dat wel te denken. Misschien voelen we ons ook wel bedrogen als we overmand zijn door de gevoelens , die met de liefde te maken hebben, het is te mooi om waar te zijn en daarom zijn we stiekem toch wat achterdochtig op onszelf. Het is emotionele chantage,  dan toch, zijn we op zoek naar het ware, ware liefde, het ware geloof. Het ware geeft ons waarde in het leven, het ware is de Heilige Graal waar we naar op zoek zijn. Dat geeft zin aan het leven. Ik zag een documentaire waarin een schijnbaar gelukkig gezin, het voor hun kiezen kreeg omdat de vader zelfmoord pleegde. De radeloze dochter vroeg zich af of zij en de rest van het gezin het niet waard waren om voor te leven? Hun achterlatend met zoveel gemengde gevoelens die hun waarde als gezin aantastte, wat misschien ook wel emotionele chantage is.

De term “True North” verwijst naar het kompas, die altijd naar het noorden wijst. Als het noorden vast staat, kunnen we elke andere richting bepalen.  Het noorden is daarom niet beter dan elke andere windrichting, maar is het uitgangspunt waarvan uit we de andere richtingen vast kunnen stellen. Wanneer je de koers van het leven bepaalt heb je een vast gegeven nodig, dat houvast en richting geeft. Het ware.

In een citaat las ik:  “Als je het blad van een boom bekijkt, zie je de boom, zie je de geest van de boom en zou je haar kunnen benoemen en er misschien iets van kunnen leren” Het leven is zoals de boom één geheel dat uit vele onderdelen bestaat. Het blad en de schors kenmerken de boom, de standplaats wat zijn condities zijn, de vorm en de grootte, alles lijkt één geheel te zijn, maar is toch een samenstelling van meerdere elementen, elk het geheel vormend.  Toch verandert het en laat het in de herfst zijn blad vallen, komt er in de lente weer fris groen blad aan en heeft het op zijn tijd bloesem en eventueel vruchten. Het is niet statisch, het leeft en beweegt. Ware liefde, of een waar geloof, kan vast komen te zitten omdat het statisch wordt, het zichzelf fixeert. Dat bracht misschien die vader tot die gruwelijke daad. Het ware staat voor iets dat goed is. Goed en kwaad, twee tegengestelde.
 In het boekje van Kahlil  Gibran, De Profeet, wordt de vraag gesteld:
“Spreek tot ons over goed en kwaad. En hij antwoordde: Over het goede in je kan ik spreken, maar niet over het kwade. Want wat is het kwade anders dan het goede, dat door eigen honger en dorst wordt gekweld? Voorwaar, als het goede hongert, zoekt het zijn voedsel zelfs in de donkere holen en als het dorst, drinkt het zelfs van dode wateren.  Je bent goed wanneer je in harmonie bent met jezelf. Maar ook al ben je niet in harmonie met jezelf, daarom ben je nog niet kwaad. Want een huis dat verdeeld is, is nog geen hol van dieven, maar alleen een verdeeld huis… “

Wanneer je ‘de ware’ of ‘het ware’,  zoekt, zoek het eerst bij jezelf. 

zondag 6 augustus 2017

Armpje drukken

David kreeg een harnas aangemeten, toen hij aangaf die scheldende, spottende Goliath tegemoet te treden en om tegen hem te strijden. Je moet natuurlijk wel goed voor de dag komen en passende kleding dragen voor zo’n gelegenheid.  Het harnas was precies zijn maat, geen vuiltje aan de lucht, ook al waren zijn kansen klein, hij durfde het toch maar aan, de rest liet het afweten. Iedereen zat al dagen in een patstelling en nu kwam er tenminste schot in de zaak, ook al zouden ze verliezen, dan wisten waar ze aan toe waren. Maar David was niet tevreden, ’t zat hem niet lekker dat harnas en het gaf de indruk dat hij terug wilde krabbelen. Hij deed die rommel uit, pakte zijn eigen spulletjes bij elkaar en liep regelrecht op de reus af. Onderweg pakte hij uit de beekbedding een paar gladde stenen en stak die bij zich en stelde zich tegenover de spottende reus op. Nu was er geen terug meer, nu komt het erop aan. De demotiverende schreeuwende Goliath  was inmiddels ook al meer dan zat van deze situatie en zag toen hij zijn tegenstander tegenover hem zag staan, dat het nu wel zo gepiept zou zijn.
Eén van die gladde stenen vloog uit de slinger en trof de reus recht tussen de ogen. Opeens hield de reus op met schreeuwen, wankelde even en viel toen voorover, tot vlak voor de voeten van David. Die waarschijnlijk ook verbaasd was dat het zo makkelijk ging, trok het immense zwaard van de reus uit de schede en sloeg met een paar fikse slagen het hoofd van de romp. Zo ging dat in die dagen en de overwinning was vastgesteld.


Moeten we nu ook doen, twee tegenover elkaar zetten die dan de hele strijd gaan beslissen. Het lijkt me een goed idee om daar de regeringsleiders voor uit te kezen. Zie je het al voor je de president van Amerika tegenover de president van Rusland. Ze schuiven aan, een klein tafeltje tussen hen in, de elle bogen op de tafel, de handen ferm in elkaar gedrukt en dan armpje drukken. Het hoeft niet zo gewelddadig dat er koppen moeten rollen…toch?  Na veel gekreun en zuchten, drukt de één dan de ander de hand tegen de tafel. Ze staan op de strijd is beslist, de overige handen in de zaal klappen, de deelnemers schudden elkaar de hand en schuiven aan een andere tafel, waar ze het vredesverdrag ondertekenen. Als het dit nu eens de nieuwe manier van oorlog voeren zou worden, dat scheelt een hoop rommel en ellende.

In menig stad staat een standbeeld van een oorlogsheld. Ferm kijkend in de verte, het liefst vanaf de rug van een paard. Beelden van Napoleon, Michiel de Ruiter en noem ze maar op, geven toch de indruk dat een oorlog voeren erbij hoort. Later we die beelden van hun sokkel trekken en in de dichtbij zijnde rivier dumpen. Op de sokkel zetten we dan een klein tafeltje met twee stoelen, dan kunnen we er aan herinnert worden dat we een conflict ook op deze manier kunnen uitvechten. Wie is er voor?

maandag 31 juli 2017

Geduld

Het riedeltje dat ‘geduld een schone zaak' is, zet het eerder in de verleden tijd dan dat je er wat mee kunt in de moderne. Alles is op snelheid gericht, moesten we vroeger dagen zo niet weken op een bestelling wachten, het is nu, vandaag besteld morgen in huis en boven een bepaald bedrag; geen verzendkosten. Wil je het nog sneller, dan kun je boeken, muziek en films digitaal, direct op je computer downloaden, daar is wachten helemaal taboe. Is wachten en traagheid dan hetzelfde als geduld? Volgens het tijdschrift dat hieraan een artikel wijdt, wat ik overigens digitaal heb gekocht, is het zaak te ‘reframen ‘ er anders over te denken. In hetzelfde artikel wordt geduld gekoppeld aan dankbaarheid. Het is natuurlijk beroerd om in de file te staan, als je je bedenkt dat je in een land woont waar files ontstaan door welvaart en dat je daar dan middenin mag zitten, ach dat klinkt dan wat naïef, maar dan toch, het is wel zo dat onze infrastructuur zo prachtig is dat veel mensen op weg willen en dat kan. Mensen die geduldig en dus dankbaar zijn, voelen zich gelukkiger en daardoor gezonder, dat is  een beter uitgangspunt dan ongeduldig ongelukkig te zijn. Het laatste is  toch een gewoonte geworden, we mopperen wat af en geven onduidelijke redenen of vaag bestaande mensen, de schuld. ‘ZE’ en de Regering, de overheid en ja die maken fouten, maar wat wil je als de hele bevolking op je vingers zit te kijken. Wat je problemen op dit gebied ook zijn en die zo’n groot beroep doen op je vermogen om geduldig te zijn, je kunt het reframen, het in een ander kader plaatsen.

Van de week zag ik een TED toespraak waar Mel Robbins het over haar ‘ 5 seconds rule’ had. Ooit in hetzelfde vastgelopen leventje, dat zoveel van ons leiden, zag zij vanuit die positie op TV een raketlancering. Een raket op het lanceerplatform staat helemaal gereed en een rustige stem praat de gebeurtenis in, en dan begint het aftellen. Tien, en er worden nog wat opmerkingen geplaatst, maar vanaf vijf telt het door, 5,4,3,2,1…. En de raket wordt gelanceerd. Alle energie in de raket bundelt zich voor de ‘lift off’, om door het moeilijkste deel heen te komen, tegen de kracht van de zwaartekracht in, richting de dampring. Eenmaal daar doorheen, neemt de weerstand af en vliegt het de ruimte in, met een groter gemak dan dat ze aan de wetten van de Aarde gebonden was.


Dat was het, dacht Mel Robbins, bij alles moeten we dit voorbeeld aanhouden, doet zich iets voor laten we dan onze kop ratelen om ons redenen te geven om in een situatie ongeduldig te zijn? Als we nu eens gaan aftellen en de raket met het’ geduld’ op het lanceerplatform zetten, 5,4,3,2,1…. Onze aandacht is helemaal op de lancering gericht en de blik volgt de raket die zich moeizaam een weg door de atmosfeer baant, alle aandacht voor dat aspect in ons, geduld, tot het zijn weerstand verliest als het in de ruimte zich vrijer kan bewegen. Ondertussen heeft  ongeduld geen aandacht meer gehad en voelen we ons er beter bij. Het heeft wat voeten in de aarde zo’n lancering, maar het laat ook zien dat je geen speelbal van je gevoelens en impulsen bent, maar dat je met rustige stem kunt aftellen om een beter resultaat te bewerken...Aftellen maar.

dinsdag 20 juni 2017

langzalzeleven

 “Het leven wil geleefd worden, het leven heeft ons nodig om gezien te worden. De lente om door ons gevoeld te worden, de sterren om door ons gezien te worden, dat is onze opdracht, om het leven te leven en ons eraan over te geven.” Dat zijn wat indrukken uit een gedicht van Rilke( 1875- 1926 ) een dichter waar ik niet eerder van hoorde, maar erover las in een tijdschrift.  Dat sprak mij wel aan, dat het leven ons nodig heeft om gevoeld en gezien te worden. De onmetelijke afstand tussen ons en de sterren wordt overbrugd door ze te zien. Het leven in de bloem in de tuin wil gezien en bewondert worden, of op zijn minst opgemerkt. Het bestaat evengoed, of we het zien of niet. Het leven is soms als een verlegen bruid die zich verstopt, met de wens gevonden te worden. Soms diep weggestopt ver in het heelal, of in de diepte van de zee, maar eenmaal gevonden ons met verwondering er naar laat kijken. Andere vormen lijken ons onhoorbaar te roepen en zwaaien met hun veelkleurige en veelvormigheid zichzelf in onze aandacht.  Het leven wil leven, ervaren en gevoeld worden. Is het daarom dat het woord Liefde, zo’n diepe betekenis heeft, in ieder geval als het om leven gaat. Het is niet voor niets , dat wanneer twee mensen elkaar trouw beloven het tot ” de doodt ons scheidt” reikt. Liefde hoort bij het leven en de sensatie van de liefde te ontzeggen door ‘celibatair’ te zijn in meerdere aspecten van het leven, zuigt het leven eruit en is de dood ingetreden. De misvatting die religie in het leven brengt door te veronderstellen dat het leven weliswaar eeuwig is, maar dan wel op een andere plek, riekt naar bedrog. Er is door die onduidelijkheid een neiging door te slaan, om door als een feestbeest door het leven te gaan en de dronken staat te verheffen tot het echte leven, of als een asceet in een grot je het leven te ontzeggen.

Als je vlinders wilt hebben, moet je geen rupsen doodtrappen.  De rups die misschien je kool opeet is niet welkom, maar wie heeft dat in gedachten als hij de vlinder ziet rondfladderen? Welk dier kan de verliefdheid met zijn gefladder niet meer verbeelden dan de vlinder en welk dier kan de lente vreugde niet meer oproepen dan de eerste vlinders die in het voorjaar te zien zijn? Terwijl we ook wel weten dat daarin de eitjes liggen die de rupsen op de kool zet, die we in ons tuintje willen kweken.Ook kunnen we dan weten dat de merel in de tuin zich te goed doet aan die rupsen en dan op de nok van ons dak daarover een lied zingt. De rups en de vlinder, als het leven de ruimte krijgt, voltrekt zich het ene na het andere wonder, maar ook het drama heeft zijn plek. Het leven is door het contrast misschien het best herkenbaar, maar één ding is er misbaar: onze onverschilligheid, dat is de gifspuit die niet alleen de rups doodt maar ook de merel schaadt. De mogelijkheid die wij hebben is om juist een verschil te maken, waar we de naam Liefde aan hebben gekoppeld. De gevleugelde woorden van Albert Schweitzer :  “ Ik ben leven dat leven wil temidden van leven dat leven wil”.  Hoe vaak heb ik deze woorden al door mijn gedachten heen geloodst?...Leven dat leven wil. De kernboodschap van het evangelie is ook:  eeuwig leven, o.t.w. onverwoestbaar leven. De goede boodschap, de weg terug naar het paradijs, daar waar de Boom des Levens staat, bewaakt door een engel. De boodschap voor uit verkeerde motieven geleefd leven is, dat er vergeving wordt geboden.  God strekt zijn hand uit naar de Adam, de mens, zoals in een fresco in de Sixtijnse kapel door Michelangelo daar geschilderd is, zo treffend tot uitdrukking brengt. Die uitgestrekte handen die elkaar nog net niet raken. Alles in die fresco wijst erop dat die beweging onderweg is, we zijn er bijna. De engel met dat zwaard in de hof, wacht misschien op dat moment. Maar de hand moet verder dan enkel de vingertoppen aan te raken, een hand strekt zich uit om de ander bij de hand te nemen en als God ons dan weer bij de hand heeft, zal dat dan het sein zijn voor de engel om het zwaard in de schede te steken?  Ik kan me voorstellen dat die engel een zucht van verlichting slaakt, hij staat er al een poosje een taak uit te voeren waar maar geen eind aan leek te komen.

Maar als we verwachten dat het  schilderij in beweging zal komen, kunnen we nog lang wachten, het is daar al een paar eeuwen en het beeld is nog steeds bevroren op dat punt van een bijna aanraking. Het is ook het punt dat iemand in beweging moet komen en ik stel voor dat Adam in beweging gaat komen, zoals je, wanneer je iemand begroet met een handdruk, dan sta je op. Ja, die twee woorden uit die laatste zin: Sta op!
Zo begint één van mijn favoriete Bijbelteksten:   “Sta op, wordt verlicht, want Uw licht komt en de Heerlijkheid (  het Skekinah ) des Heren, zal over U opgaan”

Kom op Adam, Sta op!

maandag 12 juni 2017

Dankbaarheid


Een beetje een oubollig woord. Dankbaar, wij hebben toch gewoon overal recht op? We hebben dan ook een hoop rechten en dat is op zich al iets om dankbaar voor te zijn. Dankbaar zo lees ik mijn in mijn nieuw verworven boek, is een instelling, een houding ten opzichte van het leven. Niet alleen constant over de horizon zitten staren wat komen moet en er nog te wensen valt, maar de dingen die we nu hebben de aandacht te geven en te beseffen hoe gezegend je bent. ( als dat ook werkelijk het geval is ) Er zijn donkere kanten in het leven en om nou het woord dankbaar daar aan te voegen, gaat misschien wat te ver. Toen ik met hartklachten in het ziekenhuis lag en vertwijfeld me afvroeg waarom mij dit overkomt, was er een broeder die af en toe een praatje kwam maken bij mijn bed, die alleraardigste zuster die telkens maar weer vroeg hoe het ging, en toen ik de operatiekamer om gedotterd te worden in gereden werd en om me heen keek wat voor apparatuur daar stond, een arts die zich samen met zijn assistent aan mij voorstelde en ging uitleggen water ging gebeuren. En het ging gebeuren, al die apparaten werden aangezet en de kundigheid van de arts stond helemaal ten dienste van mij. Ik werd er even stil van en even kon ik het allemaal niet geloven dat dit alles op dat moment er voor mij was. De arts grapte nog op een gegeven moment in de behandeling door te zeggen dat ik nu mijn ziektefondspremie er nu wel uit had. Ik kon meekijken met het gebeuren en geloof me, het was razend interessant. Kwetsbaar als ik was ik voelde me dankbaar.

Anderhalf jaar later overkwam me weer iets waar het woord dankbaar op de achtergrond geraakte, een netvliesloslating in mijn rechteroog. Ik zag er niets meer mee. Weer die “waarom” vraag. Weer naar de dokter en weer op de operatie tafel, want ja, er is een techniek om het weer te herstellen. Een aantal assistenten wachtte me op in de operatiekamer en maakte me klaar voorde operatie, de arts kwam binnen en stelde zich voor en legde me uit wat er ging gebeuren. Daar lag ik dan een uur onder een opartiekleed en kundige mensen die zich met mijn oog bemoeide.  Het netvlies zit weer op zijn plek en nu is het aan het oog zelf verder te genezen. Zoiets was vijftig jaar geleden niet mogelijk en zou ik aan dat oog blind zijn geweest. Nu is de kans op herstel groot. Uiteindelijk, ondanks de situatie redenen tot dankbaarheid.
Een citaat uit dat boek dat ik lees:” Alles staat ons ter beschikking, verdriet en vreugde, wroeging en vergeving, voor en tegenspoed, het staat allemaal op het menu. Het is aan ons om er uit te kiezen.” Het boek geeft de opdracht om dertig dagen lang drie dingen op te schrijven waar je die dag dankbaar voor bent, elke dag nieuwe dingen, zonder in herhaling te vervallen. Op de iPad heb ik een document geopend en schrijf daar elke dag een paar dingen op en maak er een klein verhaaltje van.  Ik ben nu bij dag 23, maar het is zo verhelderend dat ik niet denk dat ik me aan die dertig dagen ga houden, ik ga er gewoon mee door. Het geeft je een besef van  dankbarheid en de aandacht daarvoor vergroot dat besef en doordat besef, besef je weer dat te klagen dat besef beschadigt.
En oei, wat ligt die ontevredenheid dicht bij, maar we kunnen kiezen, zoals een ander  wijs boek me vertelde, “wil je gelijk hebben of wil je gelukkig zijn? “

Ik wil een paar gedeelten met je delen wat ik van de week in mijn dankbaarheidsdagboek schreef:
Dag 11: Vanmorgen om vijf uur buiten. De merel op het dak bezingt de plek waar ze hun nest hebben gemaakt in de Hedra aan de schutting. Toen we na een uur wandelen in het bos weer terug kwamen op de hei, stond daar op de scheiding van de schaduw en het licht van de opkomende zon, een bloeiende Bremstruik. Net een brandende braambos, zo fel stak deze bremstruik zich af tegen de omgeving.
Dag 17:  Weer een zonovergoten dag, lekker loom in de tuin zitten en een excuus hebben niet veel te doen, omdat het zo warm is. Het fonteintje in de vijver laat het rustige kabbelende geluid klinken in de tuin en de lis staat te bloeien. Toch wonderlijk, dat een plant die letterlijk met zijn wortels in de modder staat, zulke stralende gele bloemen maakt en mijn tuintje ermee opsiert.
Dag 22 : Donderdag is onze  oppasdag. Niet dat het nodig is, want de ouders zijn gewoon thuis, maar het is zo gegroeid. Toen onze dochter bezig was met haar opleiding, kwam onze kleinzoon elke donderdag bij ons. Ze heeft inmiddels de studie afgerond en er is inmiddels een tweede kleinzoon bijgekomen, maar de oppas donderdag is zo gebleven omdat het blijkbaar een behoefte van zowel de oudste kleinzoon als van de oma was. … Zo huppelt dan de hele donderdag een klein ventje door het huis en staat er een kinderstoel in de hoek van de huiskamer en een mand vol met speelgoed. De aanwezigheid van zo’n kereltje en de bedrijvigheid ( en de rommel )die dat geeft is iets waar we als opa en oma elke week weer naar uitzien en van genieten.

Het geheel heb ik verlucht met wat foto’s en mocht ik ooit nog eens de fout in gaan om te klagen of ontevreden te zijn, kan ik deze bladzijden toepassen om me weer op betere gedachten te krijgen.  

zaterdag 15 april 2017

Boos

We, ach laat ik het bij mezelf houden, ik ben vaak boos. Boos op het verkeer, het weer, de politiek, de jagers, de militairen, de bio-industrie, de vervuiling, religie, voetbalsupporters,  voornamelijk dingen die buiten mij zijn, waar ik naar kan wijzen. Ik las eens dat boos zijn het vergif is dat jezelf drinkt en verwacht dat de ander er aan dood gaat. Klagen over de ander is als slechte adem, je ruikt het bij een ander, maar niet bij jezelf. De grootste frustratie wanneer je boos bent, is dat je omgeving het helemaal niet zo ziet en zelfs partij kiest voor datgeen waarover ik me zo boos maak. Het idee dat ik het mis zou kunnen hebben komt op zo’n moment helemaal niet bij me op. Ook al heb je gelijk, door zo boos te zijn win je niemand voor je argumenten. Jammer genoeg zie ik het wel dat anderen het lukt, zo hebben we iemand in de regering die altijd maar boos is en de meest onvriendelijke en vaak gemene dingen zegt. Bij de laatste verkiezingen heeft hij de meeste zetels er bij gekregen. Maar er is niemand van de andere partijen die met hem wil regeren. In Amerika is iemand president geworden door vooral op alles en iedereen boos te zijn. Militairen werden getraind door in hun oren te schreeuwen, hoe slecht die spleetogen wel zijn en met een vertrokken gezicht  schreeuwt de commandant dit zijn rekruten in het gezicht. Boosheid werkt als je eraan mee werkt. Boosheid is misschien synoniem aan klagen en ' complaning is praying to the devil'. Het Bijbelse verhaal liet het volk Israël 40 jaar dwalen in de woestijn nadat ze steen en been hadden geklaagd. Het vreemde is dat er heden ten dage er een muur met die reputatie in Israël staat. Dat kleine stukje overblijfsel van wat eens een tempel was, heet nu een Klaagmuur. Het is een centrum geworden van de joodse beleving en een religieuze attractie.

Het beeld van God is ook te vatten in boosheid. Hij lijkt zich daar voornamelijk mee bezig te houden, vaak omschreven als de toorn van God. Uit die toorn komen veelal vervloekingen voort, waar menig ramp uit werd verklaard. Het beloofd niet veel goeds als God boos is en zijn afkeer voor zonden is redenen geweest voor een zware overstroming, droogte, oorlogen, ballingschap en direct in het begin al, verdrijving uit het paradijs. In dat grote doolhof van vaak vastlopende paden om aan de bedoelingen van God tegemoet te kunnen komen, zijn we meermalen verdwaald. Misschien zijn we gaan denken dat het om het doolhof gaat en missen het idee dat een doolhof een spel is om er juist uit te komen. In de wirwar van paden de juiste weg te vinden. Dan zijn klagen en boosheid daarin misschien niet de juiste gidsen.


 Er is een proef gedaan met muizen in een doolhof. Ergens in het doolhof lagen een paar nootjes. De muis liep het doolhof in, in het donker, en wist in een paar minuten de plek te vinden waar die nootjes lagen. De volgende keer kwam de muis voor een nieuwe voorraad nootjes het doolhof binnen en liep rechtstreeks naar de plek, in een paar seconde. Bij verandering van de plek waar de nootjes neergelegd werden, deed hij er eerst weer een paar minuten over om het te vinden, om de volgende keer er weer rechtstreeks naar toe te lopen. Muizen hebben een geheimpje, dat overal waar ze komen leggen ze door middel van een druppeltje urine een geurspoor, dat de volgende keer gevolg kan worden naar hun doel. Telkens werd de situatie in het doolhof veranderd en telkens paste de muis zich weer aan. De les van de muis is om ons spoor ook te markeren en onze weg in het doolhof van onze emoties en gevoelens te vinden, om zowel de signalen van de positieve als de negatieve te onderscheiden en zien wat werkt om ons bij de nootjes te krijgen… en daarna weer het doolhof uit. De muis kon het in het pikkedonker en gebruikmakend van een ander zintuig, zijn neus. Misschien is er voor ons ook een andere “zintuig” nodig om ons een weg door het doolhof te vinden, misschien is hoop het zintuig om je een weg te zoeken door de wirwar van paden.  Hoop is de vreugde die je ervaart door de verwachting dat de toekomst positief zal uitvallen, wie hoopt richt zich op iets dat op het punt staat waar te worden. Zo keer je af van je klaagmuur  en leg een weg aan van hoop. Een liedje van Acda en de Munnick zegt: "Vandaag ben ik gaan lopen, waar ik loop is van nu af aan een weg". Dat is het, breek die muur af en bouw er een weg mee. 

woensdag 5 april 2017

Droom

Het ontstaan en bestaan van de aarde is of een product van de schepping, of een proces van evolutie. Uit deze twee categorieën lijken we een keuze te hebben, schepping of evolutie, waarbij één het uiteindelijk helemaal mis heeft. Beide zijn druk in de weer bewijzen aan te leveren, die voornamelijk in het eigen kamp erkend worden. Beide theorieën gaan ervan uit dat het begin ook echt een begin was, voor de ene dat de geest van God die over de chaotische wateren zweefde, de ander middels een oerknal die de ruimte vulde met materie, dat zich langzaam ordende, de aarde kwam daardoor in een gunstige positie van de zon te staan en maakte het mogelijk voor het leven , zoals wij dit nu kennen ,  van eencellige organisme, tot de grote walvissen. Van schimmeldraden tot de enorme sequoia bomen. In een proces van miljoenen jaren, terwijl God het allemaal al uitgedacht had in een plan en in zes dagen de schepping tot stand bracht. Schepping of evolutie? De ene theorie kan zich niet vermengen met de andere en die tweespalt die dat teweeg brengt heeft menig één uit elkaar gedreven, terwijl we het er vast wel over eens zijn dat alles wat ons omringd, inclusief onszelf, ongelofelijk en wonderlijk is, kwetsbaar en sterk is, dat de Aarde die positie ten opzichte van de Zon heeft en toch niet stil hangt in de ruimte. Dagelijks draait het om haar as en jaarlijks om de Zon. Het hangt daar niet gefixeerd in de ruimte, maar beweegt met grote snelheid en houdt toch haar goede positie. Precisie werk.   Niemand heeft ooit God gezien, staat er in de bijbel en misschien is dat toch wat te snel geoordeeld. Ik meen God wel te zien in de wonderlijke dingen van het leven. Het is het besef van God die ik door de natuur waarneem, een besef dat niet zo zeer verstoort wordt door evolutie. Andersom net zo, dat evolutie me niet dwingt om God af te zweren. De vraag blijft; is het ontstaan door evolutie of door schepping?

  Maar wat als er een derde mogelijkheid is? Wat als wij het zelf zijn die de aarde en alles wat er op en aan is tot stand hebben gebracht? Dat is toch niet aan de orde, we waren er immers niet bij. Of wel?
Oeps, dat klinkt als ketterij, zou ik zoiets in de middeleeuwen geroepen hebben, dan werd er een brandstapel voor me klaar gezet. Zelfs de evolutionist trekt vast zijn wenkbrauwen fronsend op. Het past niet in beide theorieën en daarom hebben we de derde mogelijkheid waarschijnlijk over het hoofd gezien.  Dit brengt mij dan op de derde ( zelfverzonnen) theorie. Het zijn wij de mens, of beter gezegd ons bewustzijn die het alles tot stand heeft gebracht, de kiem is waaruit het ontsproten is. We geloven dat de hemel boven is en dat zou in de ruimte moeten of kunnen zijn. De eerste kosmonaut spotte met dat idee, hij zei in de ruimte geweest te zijn en nergens de hemel zag. Zowel de evolutie als de schepping is vanaf buitenaf naar de Aarde gekomen  en heeft er iets tot stand gebracht, dat op de ons bekende planeten in ons zonnestelsel niet is : leven, bewust leven, bewustzijn.  Alles wat hier is aan levensvormen is bedacht, door God uitgesproken in werkelijkheid, door evolutie zoekende naar betere en nieuwe levensomstandigheden, een intelligentie stuurde hier bij aan. Van vis naar reptiel, van reptiel naar vogel. Het is met bewustzijn gecreëerd en dat is een eigenschap die wij mensen ook eigen zijn. Het idee uit de Bijbel dat God ons naar zijn beeld heeft geschapen refereert mogelijk daaraan. Het was bewustzijn dat bewustzijn tot aanzien riep in een vorm die op de eigen vorm leek en vormde meer bewustzijn, dat misschien wat afweek van de eerdere vorm, totdat het menselijke bewustzijn zich onderscheidde. Het was het bewustzijn dat de mens bedacht. Of anders gezegd, God die een mens bedacht, tot bewustwording bracht en vormde uit de grondstoffen die aanwezig waren. Het was het bewustzijn dat in God aanwezig was/is dat het bewustzijn van de mens daaruit voort kwam, dat aanwezig was bij de schepping/ evolutie. Naar zijn beeld en gelijkenis. Laat ons mensen maken, staat er in het eerste hoofdstuk in de Bijbel.   Als wij in de vorm van ons bewustzijn medescheppers waren\ zijn, die de schepping tot stand bracht, door het bewustzijn vorm gaven en de schepping tot stand bracht, dus leven een vorm gaven en geven, dan zou dat een derde theorie kunnen zijn, bewustzijn heeft het leven bewust gemaakt.
Hetzelfde bewustzijn dat in mij en jou is.  De keur van hondenrassen komen voort uit dat ene ras; de wolf, maar wij hebben al die rassen doen laten ontstaan. Onze huizen waarin wij wonen zitten tjokvol dingen die wij bedacht hebben, zo ook de kleding dat we dragen, het voedsel dat we eten, vanuit wilde graansoorten hebben we productieve gewassen gekweekt, die ons, ons dagelijks brood verschaffen. Ook dat is bedacht en kent vele vormen. Het bewustzijn sluit God niet uit, maar juist in, om juist door bewust te zijn dat God het bewustzijn is, dat het bewustzijn heeft gevormd en misschien ook andersom dat dat bewustzijn ook God vormde, want zeg nou zelf, God moet ook ergens vandaan komen. Dat zou op zich wel te vatten kunnen zijn in een evolutieproces. Ach dat is nou een leuke gedachte dat God geëvolueerd zou zijn, 't klinkt een beetje als heiligschennis om het zo te formuleren. Godsdiensten hebben van God toch ook vaak een karikatuur gemaakt, voor eigen wagentjes gespannen en er een zwijgzame God van gemaakt die je van alles in de mond kunt leggen.


Mijn derde theorie maakt het misschien wat aannemelijker dat het qua schepping of evolutie niet het verschil is dat de waarheid verteld, maar dat het bewust- zijn dat alles met elkaar verweven is. Want het bewustzijn waar we deel van uitmaken kan beide aspecten verzinnen, o.w. scheppen., tot stand brengen en datgene wat er al is, veranderen en verbeteren.   Er is een verhaal van twee steenhouwers waaraan dezelfde vraag gesteld werd: Wat ben je aan het doen? De eerste steenhouwer keek op van zijn werk met een blik alsof het niet duidelijk was wat hij aan het doen was en antwoordde: in maak deze steen vierkant. Het antwoord van de tweede steenhouwer was: Ik bouw een kathedraal. Wij zien hoe de wereld eruit ziet en hoe het tot stand is gekomen, leveren veel vragen op. De ene steenhouwer deed zijn werk en hij leverde vierkante stenen, de andere had een droom en zag in zijn steen die hij aan het uithouwen was een onderdeel van een groot bouwwerk, een kathedraal. Hij had een droom, zoals meer mensen een droom hadden. Een droom is datgene te zien dat er (nog) niet is, maar wat wel mogelijk is. Toen Luther King zijn droom speech gaf, leek het er niet op dat dat ooit  gebeuren zal. Maar hij zag het in een droom, dat wat nog niet werkelijkheid is, daar naar toe te werken. Onze planeet, hoe mooi en indrukwekkend ook, is door allerlei bedreigingen in gevaar, het heeft dromers nodig om het bewustzijn dat wij het zo kunnen maken als we het bedenken. Als alles bedacht is, kun je het net zo goed zo bedenken zoals je het zelf hebben wilt. Daar is een droom voor nodig, om de toekomst hoopvol tegemoet te treden. Dat de krachten die nu op de vernietiging uit zijn, verlammen. Een droom, als ooit de schepping ook door God gedroomd is, en het dan als goed te kunnen beoordelen, zeer goed.  De toekomst zal ons dan als een grote hand beetpakken en ons in een andere gezondere richting trekken.  

zondag 19 februari 2017

Verhaal

Verhaal
De verhalen die je jezelf verteld, over jezelf, zijn de landkaart waarop je je door het leven navigeert. Zo zag ik op TV in een programma over een boer in Nieuw Zeeland. Hij was in de zeventig en had een kale kop. Niet wat haar betreft, want hij had een flinke haardos, maar zonder bril en zonder gehoorapparaat en had een paar krachtige  benen waarmee hij dagelijks het heuvelachtig gebied doorliep om zijn vee te inspecteren. Hoewel hij ver in de zeventig was had hij geen enkel plan om met pensioen te gaan, met stralende ogen in de camera kijkend wist hij te melden dat hij van het leven hield en dat het hem jong houdt. Dat is zijn verhaal en hij leeft ernaar. Wij leven ook naar onze verhalen en dat is te zien aan de stoet rollators de brilletjes en als het nog meer tegenzit, de gehoorapparaten. We houden ons voor dat de ouderdom met gebreken komt en voegen dat toe aan onze verhalen. Soms, als ik iets zie dat me niet bevalt, roep ik het uit “dat ik er niet aan denken moet dat…” en dat is het misschien precies waar het om gaan, denk er niet aan, of anders gezegd, denk niet zo.  

Schrijf een ander verhaal, zo lang je in je oude verhaal blijft hangen en  aan je verleden blijft hangen is het eerder een obstakel op je levensweg en laat het je voortdurend je oude wonden likken. Het geneesmiddel is als een slang; de oude huid af te stropen en het achter je te laten. In één van die verhalen die we onszelf vertellen komt ook een slang in voor, de slang uit het paradijs.  De slang heeft in het paradijs ons het bewustzijn gegeven door naar een leugen te luisteren. Een kleine verandering van hoe de zaken erbij stonden, opende de ogen voor de naaktheid, die zo snel mogelijk bedekt moest worden. Het is een verhaal en het verhaal heeft ons uit het paradijs verdreven, want dat wat de slang te zeggen had en de handeling die daar op volgde hebben ons beschaamd uit het paradijs verdreven. We ondervinden dagelijks de gevolgen van dit verhaal en zelfs door te bedenken dat het zo letterlijk heeft afgespeeld, met een hoofdschuddende God die met een priemende vinger ons weg stuurde uit het paradijs. Blijkbaar een begrensde plek, met een poort waar een engel met een vlammend zwaard de ingang bewaakt. Buiten die afgrenzing was daar al die wereld zoals wij die kennen en daarbuiten was het minder dan daarbinnen, liepen we daar onbevangen rond, hier moeten we ons beducht zijn van allerlei gevaren. Het paradijs werd gesloten toen er naar een pratende slang werd geluisterd. Het is een mythisch verhaal, een verhaal dat ooit is “verzonnen”, om een bepaalde geestelijke betekenis aan het leven en het bestaan te geven,… en het werkt. Kerk en religieuze groepen haken maar al te graag aan, om ons keer op keer in te poeieren dat we slecht zijn, zelfs niet in staat tot enig goed. Waar we ook harstikke goed in werden, we werden verzamelaars van verhalen, vooral oorlogsverhalen kwamen in trek en we verhaalde over de vele helden die dat opleverde. Om hun de middelen te geven hebben we een arsenaal oorlogstuig ontwikkeld waar we, als het er op aan komt, menig vijand goed de schrik om het lijf te kunnen bezorgen en een spoor van vernieling en ellende achter laten.  Alsof we Jona zijn prediken we de vernietiging en gaan vervolgens op een afstandje de ondergang van een stad bewonderen. De stad Ninevé schijnt een ruïne te zijn, , maar die stad was misschien al een ruïne en is het decor geworden van het verhaal van Jona en werd zo geschreven dat het de donkere kant van Jona belichtte, o.t.w. de aard van de mens en de rechtvaardige kant van God, beschreef. Een metafoor om te vertellen dat het anders kan als je het verhaal wat je erover in gedachten hebt veranderd, om het verhaal een andere wending te geven.  

De belofte van een nieuwe aarde en een nieuwe hemel verwijzen we voorbij het dodenrijk en nemen niet eens de moeite het in het nu te zoeken.  Het paradijs is de blauwdruk van hoe het kan zijn op aarde. De opdracht bij de schepping was om er over te heersen en wees eerlijk, dat is ons niet goed afgegaan, het kan beter, veel beter, als we ervoor zorgen op zijn best te zijn. Ons verhaal te upgraden, er een nieuw verhaal van te maken. Welk verhaal zou dat opleveren als we dat aangaan?  Een nieuwe aarde en een nieuwe hemel, wellicht deze samen te voegen, het beste van beide. Dan hoeven we niet meer naar Mars te vluchten. Het begint met een verhaal te maken en er dan met ons voorstellingsvermogen er inhoud aan te geven.


zaterdag 11 februari 2017

Bij al wat u verwerft, verwerf inzicht

Dieren, wat hebben ze ons te vertellen, hoe spreken ze tot ons?  Indianen hebben daar een begrip voor: Totemdieren. Als een dier op een opvallende manier aan je vertoont of je pad kruist, kan dat een totemdier zijn, een dier met een boodschap. Een boodschap die je kunt interpreteren door aandacht te schenken aan de gedragingen van het dier of zijn karaktereigenschappen. Zo is mijn favoriete totemdier een valk, een Torenvalk, die de gewoonte heeft om stil in de lucht te hangen en vanuit die positie jaagt. Zo wapperend met de vleugels hangt hij stil en vanuit die positie heeft hij Inzicht in het detail en overzicht over het geheel. De aanblik van zo’n ‘biddende’ valk heeft meerdere keren geholpen als ik met een kop vol zorgen op de hei liep te wandelen en deze vogel aan mij verscheen, om mij te herinneren om inzicht en overzicht te houden, wellicht om het probleem eens met een ‘ bird’s eye vieuw’ te bekijken. Het vanuit een ander standpunt te bezien. De vogel is zich wellicht niet bewust dat hij een verhaal aan mij verteld, hij doet gewoon wat Torenvalken doen. Het treffende is dat ik zo’n dier op dat moment zie en er door het begrip totemdier er waarde aan kan toevoegen. Alles heeft echter de waarde die jij er aan toekent.

Van de week zaten twee steenuilen voor ons slaapkamer raam te roepen. Ik ging het bed uit en probeerde ze te zien te krijgen. Dat zou niet meevallen, maar misschien als ze van de ene naar de andere boom vlogen zou ik misschien een glimp van deze mysterieuze vogel te zien krijgen, maar zolang ze tussen de donkere takken van de den zitten, is daar weinig kans toe. Ik hoorde ze wel, maar zag ze niet. Terug in het warme bed lag ik me te bedenken wat dit moment me te vertellen heeft, want zo vaak gebeurd het niet dat deze vogels zich zo dicht bij ons slaapkamerraam melden. De uil is het symbool van wijsheid, zou ik door er aandachtig op te zijn, die wijsheid kunnen absorberen, of is het de roep van de uil die de roep om wijsheid in mij oproept? De scherpte van het gehoor en zicht van een uil zijn legendarisch en ze kunnen met deze zintuigen heel goed hun weg vinden in het donker. Die eigenschappen maakt ze ook mysterieus. Het in het donker kunnen bewegen op geruisloze vleugels, scherp je zintuigen, hoor ik vertellen uit de aanwezigheid van de uilen, kijk beter, luister goed… Met die gedachten viel ik dan in slaap.


Van de week heb ik een nieuw boek gekocht, “De Vier Inzichten”. Het verhaalt over een antropoloog die studie doet in de Amazone. Hij komt daar in contact met sjamanen, dat zijn een soort priesters die in de leefgemeenschappen in de Amazone het spirituele vertegenwoordigen. De schrijver komt in aanraking met de filosofieën van deze gemeenschappen en leert daar, hoewel het anders is dan hoe wij het in het westen beleven, een grote waarde kan hebben en onze aandacht verdient. Wij kennen de begrippen: Geest, ziel en lichaam. Ze kennen een vierde benaming en elk ervan wordt met een dier aangeduid.  De slang, de jaguar, de kolibrie en de arend. De slang is het lichaam die aan de aarde gebonden is, de jaguar is de geest die een verborgen leven leidt en solitair is, de kolibrie is de ziel dat van de nectar leeft, de essentie van de bloem, en de arend is het goddelijke dat hoog boven alles uit kan opstijgen. De vier inzichten worden hier gesymboliseerd door dieren die elk afzonderlijk toch één geheel worden door ze te herkennen of te plaatsen in het bestaan. De sjamanen die in onze ogen misschien eenvoudige ongeletterde mensen zijn, die onbegrijpelijke rituelen doen, hebben wellicht toch wel iets meer te zeggen dan dat. Net zoals die uilen voor mijn slaapkamerraam me opriepen om beter te kijken en beter te luisteren.