dinsdag 20 juni 2017

langzalzeleven

 “Het leven wil geleefd worden, het leven heeft ons nodig om gezien te worden. De lente om door ons gevoeld te worden, de sterren om door ons gezien te worden, dat is onze opdracht, om het leven te leven en ons eraan over te geven.” Dat zijn wat indrukken uit een gedicht van Rilke( 1875- 1926 ) een dichter waar ik niet eerder van hoorde, maar erover las in een tijdschrift.  Dat sprak mij wel aan, dat het leven ons nodig heeft om gevoeld en gezien te worden. De onmetelijke afstand tussen ons en de sterren wordt overbrugd door ze te zien. Het leven in de bloem in de tuin wil gezien en bewondert worden, of op zijn minst opgemerkt. Het bestaat evengoed, of we het zien of niet. Het leven is soms als een verlegen bruid die zich verstopt, met de wens gevonden te worden. Soms diep weggestopt ver in het heelal, of in de diepte van de zee, maar eenmaal gevonden ons met verwondering er naar laat kijken. Andere vormen lijken ons onhoorbaar te roepen en zwaaien met hun veelkleurige en veelvormigheid zichzelf in onze aandacht.  Het leven wil leven, ervaren en gevoeld worden. Is het daarom dat het woord Liefde, zo’n diepe betekenis heeft, in ieder geval als het om leven gaat. Het is niet voor niets , dat wanneer twee mensen elkaar trouw beloven het tot ” de doodt ons scheidt” reikt. Liefde hoort bij het leven en de sensatie van de liefde te ontzeggen door ‘celibatair’ te zijn in meerdere aspecten van het leven, zuigt het leven eruit en is de dood ingetreden. De misvatting die religie in het leven brengt door te veronderstellen dat het leven weliswaar eeuwig is, maar dan wel op een andere plek, riekt naar bedrog. Er is door die onduidelijkheid een neiging door te slaan, om door als een feestbeest door het leven te gaan en de dronken staat te verheffen tot het echte leven, of als een asceet in een grot je het leven te ontzeggen.

Als je vlinders wilt hebben, moet je geen rupsen doodtrappen.  De rups die misschien je kool opeet is niet welkom, maar wie heeft dat in gedachten als hij de vlinder ziet rondfladderen? Welk dier kan de verliefdheid met zijn gefladder niet meer verbeelden dan de vlinder en welk dier kan de lente vreugde niet meer oproepen dan de eerste vlinders die in het voorjaar te zien zijn? Terwijl we ook wel weten dat daarin de eitjes liggen die de rupsen op de kool zet, die we in ons tuintje willen kweken.Ook kunnen we dan weten dat de merel in de tuin zich te goed doet aan die rupsen en dan op de nok van ons dak daarover een lied zingt. De rups en de vlinder, als het leven de ruimte krijgt, voltrekt zich het ene na het andere wonder, maar ook het drama heeft zijn plek. Het leven is door het contrast misschien het best herkenbaar, maar één ding is er misbaar: onze onverschilligheid, dat is de gifspuit die niet alleen de rups doodt maar ook de merel schaadt. De mogelijkheid die wij hebben is om juist een verschil te maken, waar we de naam Liefde aan hebben gekoppeld. De gevleugelde woorden van Albert Schweitzer :  “ Ik ben leven dat leven wil temidden van leven dat leven wil”.  Hoe vaak heb ik deze woorden al door mijn gedachten heen geloodst?...Leven dat leven wil. De kernboodschap van het evangelie is ook:  eeuwig leven, o.t.w. onverwoestbaar leven. De goede boodschap, de weg terug naar het paradijs, daar waar de Boom des Levens staat, bewaakt door een engel. De boodschap voor uit verkeerde motieven geleefd leven is, dat er vergeving wordt geboden.  God strekt zijn hand uit naar de Adam, de mens, zoals in een fresco in de Sixtijnse kapel door Michelangelo daar geschilderd is, zo treffend tot uitdrukking brengt. Die uitgestrekte handen die elkaar nog net niet raken. Alles in die fresco wijst erop dat die beweging onderweg is, we zijn er bijna. De engel met dat zwaard in de hof, wacht misschien op dat moment. Maar de hand moet verder dan enkel de vingertoppen aan te raken, een hand strekt zich uit om de ander bij de hand te nemen en als God ons dan weer bij de hand heeft, zal dat dan het sein zijn voor de engel om het zwaard in de schede te steken?  Ik kan me voorstellen dat die engel een zucht van verlichting slaakt, hij staat er al een poosje een taak uit te voeren waar maar geen eind aan leek te komen.

Maar als we verwachten dat het  schilderij in beweging zal komen, kunnen we nog lang wachten, het is daar al een paar eeuwen en het beeld is nog steeds bevroren op dat punt van een bijna aanraking. Het is ook het punt dat iemand in beweging moet komen en ik stel voor dat Adam in beweging gaat komen, zoals je, wanneer je iemand begroet met een handdruk, dan sta je op. Ja, die twee woorden uit die laatste zin: Sta op!
Zo begint één van mijn favoriete Bijbelteksten:   “Sta op, wordt verlicht, want Uw licht komt en de Heerlijkheid (  het Skekinah ) des Heren, zal over U opgaan”

Kom op Adam, Sta op!

maandag 12 juni 2017

Dankbaarheid


Een beetje een oubollig woord. Dankbaar, wij hebben toch gewoon overal recht op? We hebben dan ook een hoop rechten en dat is op zich al iets om dankbaar voor te zijn. Dankbaar zo lees ik mijn in mijn nieuw verworven boek, is een instelling, een houding ten opzichte van het leven. Niet alleen constant over de horizon zitten staren wat komen moet en er nog te wensen valt, maar de dingen die we nu hebben de aandacht te geven en te beseffen hoe gezegend je bent. ( als dat ook werkelijk het geval is ) Er zijn donkere kanten in het leven en om nou het woord dankbaar daar aan te voegen, gaat misschien wat te ver. Toen ik met hartklachten in het ziekenhuis lag en vertwijfeld me afvroeg waarom mij dit overkomt, was er een broeder die af en toe een praatje kwam maken bij mijn bed, die alleraardigste zuster die telkens maar weer vroeg hoe het ging, en toen ik de operatiekamer om gedotterd te worden in gereden werd en om me heen keek wat voor apparatuur daar stond, een arts die zich samen met zijn assistent aan mij voorstelde en ging uitleggen water ging gebeuren. En het ging gebeuren, al die apparaten werden aangezet en de kundigheid van de arts stond helemaal ten dienste van mij. Ik werd er even stil van en even kon ik het allemaal niet geloven dat dit alles op dat moment er voor mij was. De arts grapte nog op een gegeven moment in de behandeling door te zeggen dat ik nu mijn ziektefondspremie er nu wel uit had. Ik kon meekijken met het gebeuren en geloof me, het was razend interessant. Kwetsbaar als ik was ik voelde me dankbaar.

Anderhalf jaar later overkwam me weer iets waar het woord dankbaar op de achtergrond geraakte, een netvliesloslating in mijn rechteroog. Ik zag er niets meer mee. Weer die “waarom” vraag. Weer naar de dokter en weer op de operatie tafel, want ja, er is een techniek om het weer te herstellen. Een aantal assistenten wachtte me op in de operatiekamer en maakte me klaar voorde operatie, de arts kwam binnen en stelde zich voor en legde me uit wat er ging gebeuren. Daar lag ik dan een uur onder een opartiekleed en kundige mensen die zich met mijn oog bemoeide.  Het netvlies zit weer op zijn plek en nu is het aan het oog zelf verder te genezen. Zoiets was vijftig jaar geleden niet mogelijk en zou ik aan dat oog blind zijn geweest. Nu is de kans op herstel groot. Uiteindelijk, ondanks de situatie redenen tot dankbaarheid.
Een citaat uit dat boek dat ik lees:” Alles staat ons ter beschikking, verdriet en vreugde, wroeging en vergeving, voor en tegenspoed, het staat allemaal op het menu. Het is aan ons om er uit te kiezen.” Het boek geeft de opdracht om dertig dagen lang drie dingen op te schrijven waar je die dag dankbaar voor bent, elke dag nieuwe dingen, zonder in herhaling te vervallen. Op de iPad heb ik een document geopend en schrijf daar elke dag een paar dingen op en maak er een klein verhaaltje van.  Ik ben nu bij dag 23, maar het is zo verhelderend dat ik niet denk dat ik me aan die dertig dagen ga houden, ik ga er gewoon mee door. Het geeft je een besef van  dankbarheid en de aandacht daarvoor vergroot dat besef en doordat besef, besef je weer dat te klagen dat besef beschadigt.
En oei, wat ligt die ontevredenheid dicht bij, maar we kunnen kiezen, zoals een ander  wijs boek me vertelde, “wil je gelijk hebben of wil je gelukkig zijn? “

Ik wil een paar gedeelten met je delen wat ik van de week in mijn dankbaarheidsdagboek schreef:
Dag 11: Vanmorgen om vijf uur buiten. De merel op het dak bezingt de plek waar ze hun nest hebben gemaakt in de Hedra aan de schutting. Toen we na een uur wandelen in het bos weer terug kwamen op de hei, stond daar op de scheiding van de schaduw en het licht van de opkomende zon, een bloeiende Bremstruik. Net een brandende braambos, zo fel stak deze bremstruik zich af tegen de omgeving.
Dag 17:  Weer een zonovergoten dag, lekker loom in de tuin zitten en een excuus hebben niet veel te doen, omdat het zo warm is. Het fonteintje in de vijver laat het rustige kabbelende geluid klinken in de tuin en de lis staat te bloeien. Toch wonderlijk, dat een plant die letterlijk met zijn wortels in de modder staat, zulke stralende gele bloemen maakt en mijn tuintje ermee opsiert.
Dag 22 : Donderdag is onze  oppasdag. Niet dat het nodig is, want de ouders zijn gewoon thuis, maar het is zo gegroeid. Toen onze dochter bezig was met haar opleiding, kwam onze kleinzoon elke donderdag bij ons. Ze heeft inmiddels de studie afgerond en er is inmiddels een tweede kleinzoon bijgekomen, maar de oppas donderdag is zo gebleven omdat het blijkbaar een behoefte van zowel de oudste kleinzoon als van de oma was. … Zo huppelt dan de hele donderdag een klein ventje door het huis en staat er een kinderstoel in de hoek van de huiskamer en een mand vol met speelgoed. De aanwezigheid van zo’n kereltje en de bedrijvigheid ( en de rommel )die dat geeft is iets waar we als opa en oma elke week weer naar uitzien en van genieten.

Het geheel heb ik verlucht met wat foto’s en mocht ik ooit nog eens de fout in gaan om te klagen of ontevreden te zijn, kan ik deze bladzijden toepassen om me weer op betere gedachten te krijgen.