Als je
verliefd bent, en ik heb het meerdere keren meegemaakt, gaat je gevoel met je
aan de haal en bestaat je hele wereld uit die ene persoon. Er is geen enkele
twijfel, zij is het! Waar was je al die tijd? Na een paar keer die prachtige wereld
weer ingestort te zien, nam je voor wat voorzichtiger te zijn een volgende
keer. En dan, … daar is ze. Het was geen liefde op het eerste gezicht, maar eerst
iemand die al drie jaar in mijn vriendenkring was, die je opeens met andere
ogen zag. Door die ogen werd een contact
gelegd, een vonk schoot over en zette alles in lichte laaien. Het wonderlijke
van verliefdheid, het neemt zo’n beetje alles over en je denkt voortdurend aan
die ander. Er is wat gebeurt, wat alles omvat, je geest, je ziel en je lichaam.
In de ander zien we onze verwant, onze zielsverwant. Beide woorden, ziel en
verwant, zijn niet echt gangbare woorden, maar als je het aangaat is er geen
twijfel meer over. We zien in de ander onze zielsverwant en dat idee maakt dat
we van af nu onafscheidelijk zijn. Je hebt en je bent een soul mate, wat wil je
nog meer.
Maar,… is er
misschien ook een andere betekenis aan het zielsverwant. Ik kwam tot deze
ontdekking toen ik in een oud fotoalbum een fotootje zag. Een klein kereltje
van een jaar of tien stond met zijn zus op die foto. Zo’n klein zwart/wit fotootje
met een witte rand en een ribbelrand en
door de tijd een beetje geel verkleurd. Dat jochie dat daar met zijn tweede-,
of misschien wel derde- of vierdehandse jasje aan, handje in de hand van zijn
zus houdend en beide strak de lens in kijkend. De fotograaf had gezegd om naar
het vogeltje te kijken dat blijkbaar uit de lens tevoorschijn ging komen. Een
klik en het was al weer klaar en hij riep de volgende onze plek in te nemen.
Dat fotootje kwam in een fotoalbum terecht en zit daar nu nog in. Dat kereltje
op die foto ben ik, maar ik ben dat kereltje niet meer. De ogen die nu in de
mijne kijken, hoopte een vogeltje te zien, maar kijken nu de eeuwigheid in en
op dat punt sta ik naar die foto te kijken.
Het zijn twee aparte persoontjes en toch is dat kereltje nooit
verdwenen. Het heeft zijn bordjes leeggegeten en zijn best gedaan op school ( zo
goed en zo kwaad als dat ging ) ,deed de
stappen die mij steeds meer in de richting brachten, waar ik nu ben. Dat kereltje dat daar zo strak in de lens
keek overbrugt een halve eeuw, in het fotoalbum wachten tot we elkaar weer eens in de ogen zien, om
misschien te ontdekken, dat we niet meer hetzelfde zijn, maar dat onze ziel wel
verwant aan elkaar is.
Als ik nou
een soortgelijke foto van mijn vrouw zou
zien, van toen ze tien jaar was. Dan kijk ik in de ogen van een meisjes waar ik
het bestaan niet afwist, maar dat er wel was. Haar pad zou ooit zo lopen dat
het mijn pad zou kruizen en vanaf dat moment die paden samen op zouden gaan. De
ogen van dat meisje dat toen de verten van de tijd inkijken vanaf dat fotootje,
raken nu mijn ogen. Die ogen waren op zoek, zonder precies te weten wat ze
zochten, pas jaren nadien, kruiste onze paden elkaar. Dat de ogen van dat
kleine meisje op de foto een signaal stuurde, een diep weggeborgen vonkje, dat
op het juiste ogenblik zou oplichten en herkend worden. Een ziel die verwantschap zoekt.
Herken ik in mijzelf een zielsverwant als ik naar dat oude fotootje kijk, ik zie het ook in dat fotootje van dat kleine meisje. De tijd en de omstandigheden werden zo gerangschikt dat we op een punt samen kwamen en dat de vonk, die al heel lang in onze ogen verborgen lag, kon overschieten om raak te schieten.
Herken ik in mijzelf een zielsverwant als ik naar dat oude fotootje kijk, ik zie het ook in dat fotootje van dat kleine meisje. De tijd en de omstandigheden werden zo gerangschikt dat we op een punt samen kwamen en dat de vonk, die al heel lang in onze ogen verborgen lag, kon overschieten om raak te schieten.