dinsdag 14 november 2017

Zielsverwanten.

Als je verliefd bent, en ik heb het meerdere keren meegemaakt, gaat je gevoel met je aan de haal en bestaat je hele wereld uit die ene persoon. Er is geen enkele twijfel, zij is het! Waar was je al die tijd? Na een paar keer die prachtige wereld weer ingestort te zien, nam je voor wat voorzichtiger te zijn een volgende keer. En dan, … daar is ze. Het was geen liefde op het eerste gezicht, maar eerst iemand die al drie jaar in mijn vriendenkring was, die je opeens met andere ogen zag.  Door die ogen werd een contact gelegd, een vonk schoot over en zette alles in lichte laaien. Het wonderlijke van verliefdheid, het neemt zo’n beetje alles over en je denkt voortdurend aan die ander. Er is wat gebeurt, wat alles omvat, je geest, je ziel en je lichaam. In de ander zien we onze verwant, onze zielsverwant. Beide woorden, ziel en verwant, zijn niet echt gangbare woorden, maar als je het aangaat is er geen twijfel meer over. We zien in de ander onze zielsverwant en dat idee maakt dat we van af nu onafscheidelijk zijn. Je hebt en je bent een soul mate, wat wil je nog meer.

Maar,… is er misschien ook een andere betekenis aan het zielsverwant. Ik kwam tot deze ontdekking toen ik in een oud fotoalbum een fotootje zag. Een klein kereltje van een jaar of tien stond met zijn zus op die foto. Zo’n klein zwart/wit fotootje met een witte rand en een  ribbelrand en door de tijd een beetje geel verkleurd. Dat jochie dat daar met zijn tweede-, of misschien wel derde- of vierdehandse jasje aan, handje in de hand van zijn zus houdend en beide strak de lens in kijkend. De fotograaf had gezegd om naar het vogeltje te kijken dat blijkbaar uit de lens tevoorschijn ging komen. Een klik en het was al weer klaar en hij riep de volgende onze plek in te nemen. Dat fotootje kwam in een fotoalbum terecht en zit daar nu nog in. Dat kereltje op die foto ben ik, maar ik ben dat kereltje niet meer. De ogen die nu in de mijne kijken, hoopte een vogeltje te zien, maar kijken nu de eeuwigheid in en op dat punt sta ik naar die foto te kijken.  Het zijn twee aparte persoontjes en toch is dat kereltje nooit verdwenen. Het heeft zijn bordjes leeggegeten en zijn best gedaan op school ( zo goed en zo kwaad als dat ging  ) ,deed de stappen die mij steeds meer in de richting brachten, waar ik nu ben.  Dat kereltje dat daar zo strak in de lens keek overbrugt een halve eeuw, in het fotoalbum wachten tot  we elkaar weer eens in de ogen zien, om misschien te ontdekken, dat we niet meer hetzelfde zijn, maar dat onze ziel wel verwant aan elkaar is.


Als ik nou een soortgelijke  foto van mijn vrouw zou zien, van toen ze tien jaar was. Dan kijk ik in de ogen van een meisjes waar ik het bestaan niet afwist, maar dat er wel was. Haar pad zou ooit zo lopen dat het mijn pad zou kruizen en vanaf dat moment die paden samen op zouden gaan. De ogen van dat meisje dat toen de verten van de tijd inkijken vanaf dat fotootje, raken nu mijn ogen. Die ogen waren op zoek, zonder precies te weten wat ze zochten, pas jaren nadien, kruiste onze paden elkaar. Dat de ogen van dat kleine meisje op de foto een signaal stuurde, een diep weggeborgen vonkje, dat op het juiste ogenblik zou oplichten en herkend worden.  Een ziel die verwantschap zoekt.
Herken ik in mijzelf een zielsverwant als ik naar dat oude fotootje kijk, ik zie het ook in dat fotootje van dat kleine meisje. De tijd en de omstandigheden werden zo gerangschikt dat we op een punt samen kwamen en dat de vonk, die al heel lang in onze ogen verborgen lag, kon overschieten om raak te schieten.