Het is mijn
tweede bezoek aan de Orthomanuele arts. Als ik de wachtkamer binnenkom ga ik weer
op dezelfde stoel zitten als verleden keer tegenover een enorme boekenkast met
mooie sierranden. De kast reikt tot aan het plafond en staat vol met boeken. De
boeken staan gerangschikt op grote en waarschijnlijk staan, als er een
schrijver is met meerdere titels, die ook bij elkaar. Ik zit er te ver van af om
dit te kunnen bekijken, maar dat kan ik me zo voorstellen. Het moet voor elk
van die schrijvers toch een eer zijn dat ze een plek hebben in zo’n mooie boekenkast
en in deze entourage. Boeken die stuk voor stuk zijn aangeschaft, gelezen en toen
hun plek kregen in deze kast. De wachtruimte heeft één raam die uitziet op de
tuin, waar een Rododendron het uitzicht op de rest van de tuin wegneemt. Het huis
waar deze arts zijn praktijk heeft, staat in het bos en ademt de sfeer van
James Herriot uit. De deurknoppen zijn van hout en zet je in een andere tijd,
een tijd die allang verdwenen is en hier nog een klein restje van behouden
heeft, het is er stil, maar het wachten
in deze ruimte is plezierig. Gestommel uit de andere ruimte en afwachten tot je
geroepen wordt naar de spreekkamer. Een bureau met een enorme kaartenbak, waar
er ook één van mij in zit. Geen computer, maar een pen die aantekeningen maakt
op mijn kaart. De spreekkamer met de behandeltafel, een klein scherm in de hoek
waar je je achter uit kan kleden, het uitzicht door het raam op de tuin, de
vaardige handen van de arts die hier en daar op een wervel duwt en drukt, een
klopje met een hamertje op het bekken geeft,… en kleedt u zich maar weer aan.
Dit was de tweede en tevens laatste behandeling, dit moet afdoende zijn. Een
handgeschreven kwitantie, met het verzoek dit over te maken en ik loop langzaam
de gang uit en ga door de deur naar buiten,
alsof ik door een tijdmachine weer terug ben in mijn eigen tijd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten