Een specht
roffelt zijn zang, terwijl de meeste zijn uitgezongen. De jongen zijn de deur
uit en het territorium kan worden opgeheven. Het is alsof deze specht goede
herinneringen heeft aan deze lente en deze ophaalt door nog wat na te roffelen.
Er breekt nu een stille tijd aan waar de vogels ook hun zang gaan staken en
voor sommige is het ook de tijd om te ruien. Voor mij een kans een veer of wat
te vinden. Bijna elke veer die ik op raap, die een vogel verruilt voor een
nieuwe en de afgedankte veer voegt zich bij mijn verzameling, in een
schoenendoos. De meeste veren komen van duiven, maar er zitten ook veren van
spechten en van de Buizerd bij, Eksters en Kauwtjes, de fijne veertjes van de Huismus
en de mooie blauw/zwart kleine veertjes van de Vlaamse Gaai. De schoenendoos
raakt in de loop van de tijd behoorlijk vol met deze trofeeën. Een enkele veer doet
niet veel, maar een stel aan de vleugels, stelt in staat om te vliegen.
Vederlicht de weerstand van de lucht gebruiken om op te stijgen en vaardig door
het luchtledige te bewegen.
Een
regelmatige bries doet het bos ruizen en de planten en het gras op de grond
heen en weer wiegen. We lopen verder en slaan een pad in waarlangs varens
groeien. Een plant die op sommige plekken even hoog is als ik lang ben.
Prehistorisch aandoende planten, waar met niet veel moeite een dinosaurus bij
gefantaseerd kan worden. In het vroege voorjaar begint deze plant helemaal bij
het begin en komt als een rolfluitje weer boven de grond waar hij de winter
heeft doorgebracht. Het dichte woud dat deze planten met elkaar vormen, biedt
een goede schuilplaats voor wat zich maar wil verschuilen, zoals van de week
dat vosje dat het pad zou oversteken, maar ons gewaar werd en rechtsomkeer de
beschutting van de varens weer opzocht. Af en toe horen we de varkens daar
scheumen en als kind zou ik daar een hut in willen maken, verscholen tussen het
dichte groen van de varens.
Het bos
wordt doorsneden door paden en tussen die paden ligt het bos, daar leeft het bos leven.
De paden zijn ons domein waar ook verwacht van wordt daar op te blijven. Het is
nooit druk op de paden en sommige paden liggen er al zo lang. Oude paden waar
mensen langskwamen met hun gedachten, die ze met zich meenamen en overdachten
en zoals een muntje uit een versleten broekzak kon rollen, ontglipte ook menig
gedachte en raakte kwijt in het gras langs de paden, zonder dat niemand ze ooit
terug kon vinden, simpel omdat er niet meer naar gezocht werd. Wat zou het zijn
deze gedachten op te kunnen graven uit de tijd die het laag op laag verborgen
heeft gehouden. Liggen er ook nog ergens gedachten van mij, van de tijd dat ik
daar ook zo vaak langs kwam? Wat zou je over de tijd te weten kunnen komen als
die gedachten door een klein apparaat opgegraven zouden kunnen worden en er
eens naar kunnen luisteren waar mensen uit een verre tijd zich mee bezig
hielden. Hoeveel gedachten van verlangens en van vreugde, maar ook van verdriet
zullen daar kunnen liggen? Maar ach wat gaat mij dat aan, het waren hun
gedachten en ik heb genoeg aan mijn eigen gedachten. De gedachten die ik kwijt
ben geraakt zijn waarschijnlijk ook de gedachte die ik niet langer bij me wilde
hebben. Laat die maar mooi liggen in de vervlogen tijd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten