dinsdag 7 oktober 2025

Zijn er nog tien?

Tranen waren van de week een reactie op nieuwsberichten. Verhalen die me ontroerde. Was het om het sterven van Jane Goodall, schokkende oorlogsbeelden, demonstranten die schreeuwend hun punt moesten maken? Presidenten in oost en west die de wereld in gevaar brengen. Ik zag fragmenten van Jane Goodall die in haar toespraken pleitte voor een betere wereld voor mens en dier. Daartegenover een westerse president die weinig goeds in zin heeft en een oosters president die het zijn handelsmerk heeft gemaakt kwaadaardig te zijn.. Onschuldige slachtoffers van oorlogsgeweld in een land waar de groet Shalom -Vrede is. Er is iets fout gegaan, ernstig fout en wanneer dat wat krom is recht gepraat wordt, bevinden we ons in de gevarenzone.

Er is een oud verhaal dat een stad dreigde ten onder te gaan. Een oude man pleitte voor een wonder en vroeg God om genade. “Als er vijftig rechtvaardigen zijn, laat omwille van hen de stad gespaard blijven”. God stemde toe. “Maar als er nu geen vijftig zijn maar veertig,... God stemde toe. “Dertig” pleitte de man, “misschien twintig, maar als er tien zijn, is dat genoeg om de stad te sparen”. God stemde toe. God telt waarschijnlijk in rechtvaardigen. Dit bijbels verhaal kwam in me op en lijkt me een rijke boodschap die voor vandaag ook zo’n vraag aan God gesteld kan worden. Zijn er nog tien?

Een soortgelijke geschiedenis is het verhaal van Jona, die een stad een boodschap te brengen heeft. Een boodschap met een explosieve lading die over 40 dagen zou afgaan. Verwoesting om de verdorvenheid die de mensen in die stad begaan. Jona verrichtte zijn taak en vlijde zich onder een lommerrijke boom, in de velden rondom de stad en ging er voor zitten. Hij had Gods gelijk aan zijn kant. Laat het schouwspel beginnen, de veertig dagen zijn om. God zal nu komen en de stad verwoesten.

In Amerika zit een Jona te wachten achter zijn ovale bureau, zijn voorzeggingen en inmenging spitsen zich toe op eigenbelang. Zal het hem iets opleveren, de Nobelprijs misschien?

Dan plotseling verdord de boom en laat zijn blad vallen. God komt naar Jona, die de tegenslag van zijn verdorde boom zit te betreuren, en nu in de volle zon zit. Hij is boos en wordt nog bozer als God aankondigt de stad niet te verwoesten. “Zal ik een stad verwoesten waar kinderen leven die het verschil tussen hun linker en hun rechterhand niet kennen?”  
“Ik wist het, ik wist het, zei Jona boos. Ik wist dat u een rechtvaardig God bent.”  

Omwille van kinderen en rechtvaardigen kunnen steden behouden blijven, daar waar er enkele zijn, misschien maar tien. En als er geen tien zijn, laat mij dan er één van zijn. Misschien telt ook de hoop. De hoop der rechtvaardigen.