Tranen waren van de week een reactie op nieuwsberichten. Verhalen die me ontroerde. Was het om het sterven van Jane Goodall, schokkende oorlogsbeelden, demonstranten die schreeuwend hun punt moesten maken? Presidenten in oost en west die de wereld in gevaar brengen. Ik zag fragmenten van Jane Goodall die in haar toespraken pleitte voor een betere wereld voor mens en dier. Daartegenover een westerse president die weinig goeds in zin heeft en een oosters president die het zijn handelsmerk heeft gemaakt kwaadaardig te zijn.. Onschuldige slachtoffers van oorlogsgeweld in een land waar de groet Shalom -Vrede is. Er is iets fout gegaan, ernstig fout en wanneer dat wat krom is recht gepraat wordt, bevinden we ons in de gevarenzone.
Er is een oud verhaal dat een stad dreigde ten
onder te gaan. Een oude man pleitte voor een wonder en vroeg God om genade. “Als
er vijftig rechtvaardigen zijn, laat omwille van hen de stad gespaard blijven”.
God stemde toe. “Maar als er nu geen vijftig zijn maar veertig,... God stemde
toe. “Dertig” pleitte de man, “misschien twintig, maar als er tien zijn, is dat
genoeg om de stad te sparen”. God stemde toe. God telt waarschijnlijk in
rechtvaardigen. Dit bijbels verhaal kwam in me op en lijkt me een rijke
boodschap die voor vandaag ook zo’n vraag aan God gesteld kan worden. Zijn er
nog tien?
Een soortgelijke geschiedenis is het verhaal van
Jona, die een stad een boodschap te brengen heeft. Een boodschap met een
explosieve lading die over 40 dagen zou afgaan. Verwoesting om de verdorvenheid
die de mensen in die stad begaan. Jona verrichtte zijn taak en vlijde zich
onder een lommerrijke boom, in de velden rondom de stad en ging er voor zitten.
Hij had Gods gelijk aan zijn kant. Laat het schouwspel beginnen, de veertig
dagen zijn om. God zal nu komen en de stad verwoesten.
In Amerika zit een Jona te wachten achter zijn
ovale bureau, zijn voorzeggingen en inmenging spitsen zich toe op eigenbelang.
Zal het hem iets opleveren, de Nobelprijs misschien?
Dan plotseling verdord de boom en laat zijn blad
vallen. God komt naar Jona, die de tegenslag van zijn verdorde boom zit te
betreuren, en nu in de volle zon zit. Hij is boos en wordt nog bozer als God
aankondigt de stad niet te verwoesten. “Zal ik een stad verwoesten waar
kinderen leven die het verschil tussen hun linker en hun rechterhand niet kennen?”
“Ik wist het, ik wist het, zei Jona boos. Ik wist dat u een rechtvaardig God bent.”
Omwille van kinderen en rechtvaardigen kunnen
steden behouden blijven, daar waar er enkele zijn, misschien maar tien. En als
er geen tien zijn, laat mij dan er één van zijn. Misschien telt ook de hoop. De
hoop der rechtvaardigen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten