vrijdag 30 januari 2026

Schatten

Graaf en graaf, wees als een mijnwerker met je spirituele lamp. Onder de grond beweegt iets. Een trilling, nauwelijks hoorbaar. Weet dat onder de oppervlakte schatten wachten. Verborgen lagen in  de diepte, houden gedachten vast, die wachten om gehoord en gezien te  worden. Diep onder het oppervlak, waar wortels tastend voelen, als vingers die iets kostbaars zoeken. Ze dalen af zonder haast, vinden aders die niemand ziet. Brengt het  naar boven en geeft het aan de plant, om bij de ene een gele bloem en bij de ander een witte bloem  te kleuren. Niemand legt het uit. Het gebeurt.

 De God in jou wacht dat jij hem met je voetsporen doorkruist. Zo is er een diepte in jou die antwoorden geeft wanneer je erin afdaalt. Schatten die niet glanzen tot jij ze aanraakt. Krachten die pas stromen wanneer jij ze in beweging brengt.

 Alles wacht tot jij je diepte durft te betreden, met aandacht, om er te vinden wat er altijd al was. In de stilte, een zin uit een boek, een oogcontact met een dier,  een gesprek. Aanrakingen die binnenin een mineraal doet oplichten. Schatten die niet uit zichzelf naar boven kunnen komen. Die door aandacht, je de stappen er toe zet, met de bereidheid om dieper te gaan.

 Graaf en tast als wortels de diepte in om de aderen bloot te leggen, die met haar geestelijke schatten, jouw rijkdommen verschaffen. De kristallen, de mineralen, de metalen die als een geestelijke waarde gedolven worden. Onder al die lagen wacht een aanwezigheid die je roept in het verlangen dat je komt.

 

 

donderdag 29 januari 2026

Warmte

Het ritme van licht en schaduw beweegt door de ruimte. Twee kaarsen creëren een bubbel licht. Het vertraagt de tijd. Ik zoek in dat zacht fluwelen schijnsel iets wat ik niet kan zien, maar wat wel aanwezig is; mijn engel? Of de fluistering van mijn eigen gedachten. Soms denk ik het me te verbeelden. Maar er gebeurt iets. Woorden die ik lees, woorden die zich in mij het vormloze vorm geeft.

Alsof een gedachte zich aandient die niet helemaal van mij is, maar wel door mij heen wil komen. Kwetsbaar, fragiel iets dat tijd nodig heeft. 

Ik koester die gedachten zoals een vogel haar eieren warm houdt, ergens op een verborgen plek. Met haar warmte de dunne schalen waarbinnen het leven vormt, levensvatbaarheid te geven. Aanwezig zijn, wachten, vertrouwen dat het van binnenuit tot leven komt, met het karakter en de eigenschappen van de geest waaruit ze voortkomt en ook zo eigen en uniek is. 

De magie, dat alles met elkaar in verbinding staat, dat iets in mijn leven de ruimte kent en het opslaat om op onverwachte momenten uit de schaal te breken. Dat er iets vormloos door ons heen beweegt en een spoor achterlaat. Dat in het licht en de stilte er een ontmoeting kan zijn. Niet als bewijs van iets bovennatuurlijks, maar in het alledaagse dat er ruimte te openen is in jezelf om dat leven door je te laten stromen. 

woensdag 28 januari 2026

Licht

 In dit nachtelijk uur is het huis stilgevallen. Een stilte waar een aanwezigheid wacht. Ik kom er om te luisteren, een moment te verblijven in de onzichtbare aanwezigheid. Een tastbare aanwezigheid, zijn de twee vlammen op de kaarsen die zacht bewegen bij een geringe zucht, terwijl het kaarsvet in een niets verteerd.

 Het licht valt op het kleine boekje voor me. Met mijn eigen stem vertolk ik de woorden die in de klank een glans  lijken te krijgen.  Ik lees langzaam. De woorden openen zich als druppels licht die bij me naar binnen vloeien. Iets warms trekt door mijn borst.

 Er is geen aanraking, geen geluid.  Enkel een ritme dat van binnenuit mijn aandacht meeneemt. Zacht en gelijkmatig, alsof het me herinnert aan iets wat ik diep van binnen  weet, en er met elke hartenklop het levensbloed door mijn leven pompt.

 Mijn pen raakt het papier. Woorden komen moeiteloos, alsof ze op me wachtte. Het licht beweegt mee in de inkt en zoekt zich een weg naar buiten. Er gebeurt iets, een snaar wordt geraakt. De snaar die de ziel beroert. 

maandag 26 januari 2026

Zonneklank

Weet je eigenlijk wel wat een zonneklank is? Het is een klank, een woord van licht. Een trilling die uit je geest opklinkt en wat donker is aanraakt en verheldert. Wat een prachtig rijk woord, wat een diepe betekenis: zonneklank. Een weerschijn van licht die uit je innerlijk als een gouden draad door je weefsel straalt. In het woord schuilt een belofte dat zelfs het diepste donker een open deur naar helderheid kan zijn.

 Wanneer je zo’n woord krijgt toevertrouwd en het je eigen kan maken door de Zon in je klank, in je woord en in je wezen te laten schijnen, om wat donker is er te verlichten.  Die vormen aan je persoonlijkheid aanbrengen die je een verschijning van licht doet maken.

Een persoonlijkheid op doorreis, die niet naar een bloem kan kijken zonder haar essentie te laten  samenvloeien met de zijne. Zo met het leven en al zijn vormen in aanraking te komen, niet alleen met de handen, maar ook met de ogen en je oren, je gevoel en je intuïtie. Daarmee de zonneklank door te laten klinken in een zuiver gevoel. Je gedachten als gebeden op te zenden en als licht bij je terug te laten komen.

De engel licht op…
‘ Sta op wordt verlicht…en uw licht komt en het Shekina  zal over u opgaan.”

En zo begon deze dag, met een woord dat diepte en reikwijdte heeft: Zonneklank. Om in elk seizoen, in elke schaduw, de zon opnieuw te laten schijnen.

 

woensdag 21 januari 2026

Zonlicht

 De vreugde is een reserve voorraad zonlicht die je in jezelf hebt opgeslagen. Zonlicht heeft twee aspecten: licht en warmte. Licht om bij te kunnen zien en warmte om te voelen en in te koesteren. Een helderheid om je het begrip van het leven bij te brengen en je te herinneren aan de momenten, vooral als je deze momenten nodig hebt, omdat er op dat moment misschien geen redenen zijn voor de vreugde.

 Het is als een boom die zijn bladeren in de herfst verliest, maar op de kale wordende taken zitten de knoppen waarin het nieuw blad sluimert ,sluimerende beloftes gevuld met licht en toekomst. Het nieuwe blad voor een nieuw seizoen. Het afgevallen blad dat de voedingsstoffen teruggeeft aan de stam van de boom, maar ook nog omringende planten te voeden. Het is een systeem, een kringloop, die ook jouw vreugde voortzet en in stand houdt. Het zonlicht waar de kale takken van de boom in koestert, dragen kennis in zich en weet wanneer het kan openbarsten. Te zijner tijd.

 Vreugde en liefde zijn de krachten van de zonnestralen, zonlicht dat als een reserve voorraad opgeslagen ligt in de dichtgevouwen knoppen. Klaar om te ontvouwen wanneer het leven opnieuw lente durft te worden.

Het is meer dan de winterse kale takken. Een wijsheid die in de knoppen ligt opgeslagen en weet, weet wanneer dat is. De verborgen kracht in knoppen, door het leven gedreven, knoppen die ontluiken in het zonlicht en door het zonlicht, in de lente.  

 Het groen van de nieuwe bladeren zullen een seizoen meegaan. Koester de reserve voorraad zonlicht die je in jezelf hebt opgeslagen en beleef de lente in je leven. Licht en leven in volle overvloed. Een stille kracht, nauwelijks merkbaar, altijd aanwezig onder de oppervlakte, om in momenten van stilte en verwondering gevoeld te worden, als het zachte ritselen van bladeren door de wind gestreeld.

dinsdag 20 januari 2026

Tranen

Waar smaakt de ziel naar?  Tranen zijn zout en de ziel smaakt naar suiker. Waarom suiker? Omdat de smaak van suiker het goede heeft, het zachte goede dat in ieder mens verborgen ligt, terwijl zout de smaak van kracht bewaard. Tranen zijn zout. Zout als de zee en herinnert ons aan de kracht van onze diepten. Tranen van verdriet die bijten als zout in de ogen, want ze komen waar het hart is aangeraakt door verlies en verlangen.

  Vreugdetranen, zo wordt me verteld, zijn als dauw ,ochtenddauw, druppels die niet  vallen, maar stil over de wangen glijden, alsof de ziel naar buiten komt. Zout en zoet, twee smaken van dezelfde liefde, dichtbij jezelf en dichtbij de ander.

 Dichtbij om de geur van de huid te ruiken, de warmte van de handen te voelen. De harten in hetzelfde ritme laten kloppen in een omhelzing. Kloppende harten waar het zout en het zoet samenkomen en het door je lijf pompen. Voel het vuur dat het daar verspreidt. Geen alles verterend vuur, maar een verhelderende zee van licht. Reuk en smaak zijn er die elkaar versterken, met de kracht van zout en het goede van de suiker.  Hoe beide je laten voelen wat liefde werkelijk doet, je openen, je raken, je te laten leven.

 

maandag 19 januari 2026

Verdriet

Het verdriet doet me voelen. Het doet pijn iets kwijt te zijn en achter te blijven met alleen  de herinneringen. Niet elke pijn is hetzelfde, niet elk verdriet is dat ook. Toen mijn hond stierf had ik verdriet,  rauw, intens verdriet.

 Na ruim een jaar, is de gedachte aan dat verdriet wat me kan overvallen. Dan breekt er iets open en doet het me in diep snikken uit uitbarsten, die ik in golven door mijn lichaam voel schokken. Het was er voor een moment, het maakte me klein in de afwezigheid van wat ik mis en toch ook iets grootst, hoe groot dat gemis met mij verweven was. De pijn voelt als een boodschapper.

 Ik las eens: “Op een dag dat ik me terneergeslagen voelde, zweefde er een engel door mijn verdriet en verminderde het”.  Zweefde er ook een engel in mijn verdriet?  Was het de hand van de engel op mijn schouder die ik voelde als het verdriet mij deed snikken?

 Het intieme moment even verbonden te zijn met je verlies, het verlies dat ook mij verloren heeft, dat is en zijn momenten van waarde. Tranen die als parels een moment blinken uit mijn ogen, een kleine omhelzing met wat ooit was en door het verdriet nu nagalmt in een zachte liefhebbende klank:
                                                         Ik hou van jou, jij dierbare van mij.