De Maan neemt af. De volle gloed van verleden week laat elke nacht een klein stukje los. Het schemerlicht hangt als een dunne sluier in de nacht.
In het boekje lees ik over engelen die in bloemen wonen. Alsof
het vanzelfsprekend is, bijna terloops zo genoemd. Toch verandert er iets door
het zo te benoemen. Een stille verandering die plaatsvind en de betekenis ervan
kleurt.
De aarde waaruit de plant ontspruit, de bloem die eruit
ontluikt. Het vormloze heeft uit de diepte vorm gekregen.
Als de knop zich opent, beweegt het in kleur en opent zich
in geur. Een trilling nauwelijks voelbaar, maar genoeg om bijen en vlinders uit
te nodigen en aan mij om toe te kijken.
Een stille uitnodiging om aan de bloem te ruiken. Er stroomt
iets bij mij naar binnen, meer dan een geur, het is de essentie ervan, een
aanwezigheid. Zonder zichtbaar te
worden. Een verschijning van iets dat door en van engelen is gemaakt, of is het
een engel?
Het blijft aan de oppervlakte, alsof het meerdere dieper
ligt, wachtend op een ander moment. Dit is voor mij, voor nu even genoeg. Meer zou
de droom kunnen verbreken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten