Ik strijk een lucifer aan. Een lichte zwavelgeur, scherp en vluchtig, de ontstane vlam gaat over op de lont van de kaars. De vlam wiebelt even, het moet wennen aan zijn vernieuwde bestaan en vindt dan zijn vorm. Een licht dat de kamer verstild en rondom donker. De buitenwereld lost op en je merkt dat je binnen bent. Een leegte vol verwachting. Laat het gebeuren.
Het boekje leest over een steen, een klomp gouderts, een
ruwe steen met goud daarin versmolten als de kracht van God in mij…mijn
gedachten dwalen en brengen me naar mijn schrift. De ruimte vult zich met een
zachte gloed. De hitte raakt het erts, er smelt iets in mij. Alsof er iets gezegd
wordt dat niet onuitgesproken wil blijven. Momenten waarin je voelt dat er verborgen
goud in je zit. Ik leg het boekje neer,
eerst lezen en dan kijken wat er blijft hangen.
Boven een lege bladzijde wacht mijn pen, verwachtingsvol op
wat er gaat komen. Ik strijk met mijn hand over het gladde papier, een gebaar
dat ik nooit oversla. Eerst ruimte maken en dan ontvangen. Woorden die stollen
op het papier, de inkt die letters vormt om zich voorgoed aan het papier te
verbinden.
Ik draag een geheim, zoals ieder het zijne, een geheim dat
in de gloed vloeibaar wordt. Een vuur van bewustzijn om het goud uit het erts
te delven. Het is je geboortegeheim om je te verwonderen. In het boekje stond het woord verbazen… maar
o, wat houd ik van het woord verwonderen. Het woord dat het wonder in zich
herbergt. Verwonderen over het mysterie van het bestaan. De route die ik ga,
waar ik vandaan kom, waar ik ben en waar ik zal zijn. Een geheim dat ontsluiert
wil worden, als het goud uit de steen. Een licht en een inzicht dat zich
verbindt met mijn lichaam en geest.
Dieper nog, met mijn ziel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten