zondag 1 februari 2026

Gouderts

 Ik strijk een lucifer aan. Een lichte zwavelgeur, scherp en vluchtig, de ontstane vlam gaat over op de lont van de kaars. De vlam wiebelt even, het moet wennen aan zijn vernieuwde bestaan en vindt dan zijn vorm. Een licht dat de kamer verstild en rondom donker.  De buitenwereld lost op en je merkt dat je binnen bent. Een leegte vol verwachting. Laat het gebeuren.

Het boekje leest over een steen, een klomp gouderts, een ruwe steen met goud daarin versmolten als de kracht van God in mij…mijn gedachten dwalen en brengen me naar mijn schrift. De ruimte vult zich met een zachte gloed. De hitte raakt het erts, er smelt iets in mij. Alsof er iets gezegd wordt dat niet onuitgesproken wil blijven. Momenten waarin je voelt dat er verborgen goud in je zit. Ik leg  het boekje neer, eerst lezen en dan kijken wat er blijft hangen.

Boven een lege bladzijde wacht mijn pen, verwachtingsvol op wat er gaat komen. Ik strijk met mijn hand over het gladde papier, een gebaar dat ik nooit oversla. Eerst ruimte maken en dan ontvangen. Woorden die stollen op het papier, de inkt die letters vormt om zich voorgoed aan het papier te verbinden.

Ik draag een geheim, zoals ieder het zijne, een geheim dat in de gloed vloeibaar wordt. Een vuur van bewustzijn om het goud uit het erts te delven. Het is je geboortegeheim om je te verwonderen.  In het boekje stond het woord verbazen… maar o, wat houd ik van het woord verwonderen. Het woord dat het wonder in zich herbergt. Verwonderen over het mysterie van het bestaan. De route die ik ga, waar ik vandaan kom, waar ik ben en waar ik zal zijn. Een geheim dat ontsluiert wil worden, als het goud uit de steen. Een licht en een inzicht dat zich verbindt met mijn lichaam en geest.
Dieper nog, met mijn ziel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten