zaterdag 21 februari 2026

Hoofd en Hart

 Tegen het raam fladdert een motje met felle vleugelslagen, aangetrokken door het licht waarbij ik lees. Een klein lichaam dat het licht zoekt, maar de glazen grens niet kent. Een engel heeft iets vlinderachtigs en net als het motje aangetrokken wordt door het licht. Ik doe de lamp  uit, om het vlindertje los te laten van het licht.

Op de vensterbanken staan de kweekbakken. Donkere aarde met kiemende zaden, waarin bloemen wachten op de zomer die nog  niet begonnen is. Bloemen in geuren en kleuren. Geur, zo lees ik, is de uitbarsting van leven. En het gaat verder: ik maak van je hersenen een bloem dat zich opent voor de hemel om lichtgedachten op te vangen. Het hoofd als een bloem die stil opengaat.

  De hersenen als een geurende bloem, dat insecten aantrekt om de bloem te bevruchten. Een aanraking die iets in beweging zet, een korrel op de stamper, een gedachte in het hoofd.  Ik ben verantwoordelijk voor het bestuiven van deze bloem die baadt in een vloeibare droom, beschermt door de schelp van mijn schedel.

 Het is aan mij de keus om van mijn hersenen een zonnebloem, of een bloem van de nacht te maken. Beide kennen hun eigen waarheid.

  Hoofd en hart, twee kamers waar iets binnenkomt en weer vertrekt. Daar waar God komt en gaat, God in mijn adem. In en uit, het komt binnen door de longen en in het bloed. Het bezielende bloed dat zijn weg vindt.  Het hart, de ster van je geboorte, dat schittert op elke klop en elke ademtocht. Hoofd en hart, de stille krachten in mij.

 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten