Voel de diepte in mezelf, een diepte die tegelijk een hoogte
is. Mijn lichaam reageert als ik aan de rand sta, een huivering van
hoogtevrees. Geest en lichaam houden elkaar vast. Een vrees die ik met mijn
lichaam voel, waar lichaam en geest elkaar raken op de plek waar ik kijk.
In elke hartslag waarin de echo klinkt: je leeft, je draagt iets groters
met je mee. Iets wat ik nog niet helemaal bevatten kan. Ik deins terug voor wat
te groot, te hoog, te diep lijkt, maar keer ernaar terug, want zonder kan ik
niet leven.
Het klinkt als wartaal zo de woorden te formuleren, met de pen op het papier ze
te laten ontstaan? Het maant me tot geduld het aan te durven. Wees geduldig om het aan te durven, voor de vrees die ik heb voor diepten en hoogtes.
Ik fluister: O engel, leen me je vleugels.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten