Het is stil in mijn hoofd. Wat ik gelezen heb, opent een deur naar een ruimte zonder muren. De
sterren fonkelen als mijn gedachten, ver weg buiten bereik.
In het boek gaat het over de organen, het hart, de longen,
de lever en de nieren. Organen die zonder mijn bemoeienis functioneren.
Mijn gedachten maken een omweg naar de deur, of die wel op
slot is gedraaid, toen we gingen slapen?
Het neemt me in beslag en ik kan beter even controleren. De deur klikt
in het slot en ik ga weer naar boven. De
deuren op slot, een gewoonte of een angst?
We sluiten ons op als we gaan slapen.
Als ik weer naar
boven ga ontsteek ik de kaarsen weer opnieuw. Het voelt alsof dit moment verstoord
is, maar ga toch verder… Mijn hart zoekt verder. Het hart, zo lees ik, is
helder als zuiver kwarts. Dat iets
weerspiegelt waar ik woorden voor zoek. Een
vuur om miljoenen zonnen in vlam te
kunnen zetten. Toch zijn er weinigen die deze kracht van het hart willen leren
kennen.
De longen in het
ritme van de ademhaling zijn als vleugels, die hoewel ze niet kunnen vliegen, je
over de zee van het leven tillen. In het licht dat rondgaat in de organen huist
de geestelijke kracht van mijn lichaam. De organen ademen zonder haast hun eigen
wijsheid, waar het licht van binnenuit komt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten