De kweekbakken op de vensterbanken. Met zaden werken herinnert mij eraan dat er weinig nodig is om te beginnen. Een bak vol potgrond, zaad, licht, water, wat warmte en een beetje vertrouwen.
Elk zaad een onbeduidende korrel, met nauwelijks gewicht wordt
vermengd met de grond. Dat wat je in de grond stopt is vaak iets waar afscheid
van wordt genomen, maar dit is begraven om iets te verwelkomen. Het zaad dat
weet en de grond die dit weten ontwaakt. Ik had kunnen stoppen met zaaien, in
ongeloofwaardigheid dat het onmogelijk zou zijn, maar dan toch in een
vertrouwen dat het zaad tot wonderen in staat is, zaai ik het zaad.
Maar voor nu blijft de aarde gesloten, mij toch met een
twijfel laat kijken naar de grond, waar schijnbaar iets beweegt maar nog
verborgen blijft onder het oppervlak. Dat daar iets in het donker werkt. Het
zaad dat zijn eigen weg kent, zelfs als ik het niet kan volgen.
Op de verpakking van
het zaad staat de afbeelding van de plant met kleurrijke bloemen. Wonderlijk
dat in elke korrel al de eigenschappen van die plant er ergens minuscuul klein,
te vinden zijn. De vorm van de bladeren de kleur van de bloem, zelfs de geur,
het alles ligt in het zaad te sluimeren.
De eerste dag, en nog vele dagen erna, is er niets te zien,
toch kijk ik iedere dag. Ik wacht. Misschien is dat wat een tuinman doet:
wachten tot het wonder zich vertoont. Ergens in mij is een eigen stil geheim
dat ook wil ontkiemen, maar zijn tijd kiest. Misschien is dat wat de natuur ons
leert; dat niets gedwongen hoeft te worden, dat alles zijn tijd kent. Het is
genoeg aanwezig te zijn, zoals de grond ruimte laat voor de wortels die nog moeten
komen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten