Twee kaarsen aangestoken met één lucifer. De lucifer, een verkoold streepje heeft zijn taak volbracht. Het licht, zacht en rond, een koepel als een eiland in de donkere kamer. Buiten in een bubbel van het licht van een lantaarnpaal, draaien twee katten om elkaar heen. De ene loopt de ene en de andere de andere kant op, uit het licht het donker in.
In het boekje zit ook de schrijver bij kaarslicht om zijn
nachtelijk moment te verlichten. Door het open raam bij hem vliegt een vlinder naar binnen, door het licht
van de kaarsvlam aangetrokken. Waar verlangen en gevaar elkaar verblinden. De
vlam wijkt niet. De vlinder vliegt in de vlam. Verbrand de tere vleugels en het
vege lijf. Het licht dan hem aantrok, werd zijn noodlot.
De vlam heeft daaraan geen schuld, net zomin het van deze
vlinder is. Het licht dat aantrok, verborg een vuur. Een vuur dat beloofd en
waarschuwt.
Het licht, niet aangestoken om het noodlot voor deze vlinder
te bepalen. Het was wat gebeurde. Gebeurde in het boek, een gebeurtenis die de
schrijver deelt en betreurd. En ik met hem.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten