Het is nog donker, maar in het oosten begint de hemel al iets te ademen. Een dunne streep licht schuift over de horizon.
Een Merel zingt. De stem van de Roodborst voegt zich bij hem, twee stemmen die de dag open zingen. Straks, als het lezen en schrijven in dit dagboek is gedaan, wil ik met de hond naar buiten. Het licht tegemoet. Een gewoonte die ik van eerdere lentes en zomers heb geleerd te doen, want in het frisse van een nieuwe dag zingen de vogels het mooist. Daar wil ik graag bij zijn.
Bij zonsopkomst lijkt de lucht vol goden en legenden. Het voelt dan om getuige te zijn van de geboorte van de wereld, het opstaan van een nieuwe dag. Alles is nog vloeibaar. Wie het aanbreken van de dag ziet, ziet hoe het leven zich ontvouwt.
Ik merk dat mijn lichaam al vooruit wil, om op te staan uit mijn stoel, naar buiten gaan. De nieuwe dag in haar ontstaan mee te maken in dit vroege uur, als toeschouwer en deelnemer tegelijk. Door het portaal te gaan. Dat toegang geeft tot nieuwe mogelijkheden en rijkdommen van het leven.
“Wees als de ochtendzon, laat hem zonder ophouden opkomen in jezelf als een verhelderend weldadig licht”. Lees ik nog in mijn boekje. Het nodigt me uit…
Ik blaas de kaarsen uit.
Trek mijn schoenen en mijn jas aan, roep de hond en we gaan naar buiten. Het licht tegemoet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten