Een mot tikt buiten tegen het raam. Aangetrokken door het licht van hierbinnen. Zoals de mot het licht zoekt, zoek ik naar woorden. Woorden komen traag. Ze moeten door lagen heen, door de adem van stilte. Door de dunne huid tussen binnen en buiten en door de sluiers van gedachten opzij te schuiven. Ik probeer woorden te vinden die ik opdoe in wat ik lees. Wat ik wil zeggen houdt zich verborgen tussen de regels, dat stille gebied waar betekenis niet wordt uitgesproken. Waar taal nog geen vorm heeft,
Mijn pen
weigert. De inkt is op. Verteld het mij dat ik eerst moet luisteren voordat ik
verder schrijf? Luister eerst, om de
taal ruimte te geven te ontstaan. Engelen gebruiken niet alleen woorden, maar
beroeren ook de snaren van je gevoel. Om te voelen wat gezegd wordt in het
zwijgen.
Ik vervang
de stift uit de pen, vol met nieuwe inkt.
De inkt zijn niet de woorden, maar het
voertuig. Schrijven is een ritueel: de beweging van de hand naar het papier. Mijn
blik valt op de schaduw van mijn hand op het papier, wat me aan mijn
lichaamstaal herinnert. De manier waarop mijn vingers aarzelen, hoe mijn adem
even stokt voordat ik een zin begin, met de nieuwe inkt, uit een oude pen.
Dieren spreken
een andere taal en de planten zonder stem, de wind in toonaarden van fluistert
naar bulderend. Alles heeft zijn eigen woordenschat: geur, kleur beweging en trilling. Een taal die
niet gehoord hoeft te worden om te verstaan.
Ik probeer
mij ervoor open te stellen; om te ontvangen. Te voelen wat er gezegd wordt in
het zwijgen. Het tikken van de mot tegen het glas, de adem van de nacht om het
huis. In de beweging van mijn hand die met de pen woorden geboren laat worden.
Misschien is het niet in de woorden zelf, maar het open staan voor wat spreekt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten