Er valt een stilte. Soms lees ik een zin en weet niet wat ik eruit moet verstaan. Is het deze stilte die ruimte maakt? Ruimte voor wat eerder overstemd werd, zoals lawaai het zachte onhoorbaar maakt?
Lezen doe ik
in stilte. Soms stop ik even, fluister de zin opnieuw. Door mijn stem te horen,
benadruk ik wat ik zojuist las. De trilling van mijn stem beroerd de ether en
door die trilling verschijnen beelden; visioenen en taferelen uit de
geschiedenis van de geest. Beloften van toekomstige scheppingen. Woorden
waaruit nieuwe woorden, gedachten waaruit nieuwe gedachten ontstaan.
De geest wil
leren vliegen. Jonge vogels op het nest, oefenen hun vleugels. Ze zien bij de
oudervogel dat het voor hen ook mogelijk is te vliegen. Zo werkt het ook met de
geest, het leert door voorbeeld.
Om te
vliegen is de vogel uitgerust met veren, vederlichte veren, die het gewicht van
de vogel in de vleugelslag kan tillen. Niet alleen om zich voort te bewegen,
maar in de lucht in meerdere dimensies zich te begeven, hoog en laag, wendbaar
en snel. Het kleinste vogeltje kan het luchtruim kiezen, als ook de zwevende
arend die hoog cirkelt in de lucht.
Laat mijn
geest de veren aangroeien. Te leren vliegen als een vogel, te leren zweven als een
arend. Want op de hoogte van innerlijke
stilte, kan ik, net zoals een biddende Torenvalk, zowel het geheel overzien als
het kleinste detail waarnemen.
Een stilte
wordt een uitkijkpunt. Een plek waar uitzicht tot inzicht komt, dat wacht om
gezien te worden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten